Citroën DS19-56

foto © Rob Hoen

Tekst en foto’s Rob Hoen
Illustraties Archief Citroën ID/DS Club Nederland en collectie Rob Hoen

Schuurvondsten zijn altijd spannend en omgeven met mysteries. Zeker als het een bijzonder exemplaar betreft. Dit verhaal gaat over eentje die 58 jaar geen daglicht gezien heeft. Het is bovendien geen gewone Citroën DS, maar een heel speciale. Voorzien van een absurd aantal originele accessoires, gevormd door een bijzondere geschiedenis. Wat maakt een auto door, die jaren ergens verborgen staat zonder ook maar een meter te rijden? Op een plek waar mensen dagelijks een met graffiti bespoten garagedeur passeren en geen weet hebben van het wonderlijke unicum dat er achter staat. Is deze DS een vorm van kunst? Niet alleen de auto, ook de tijd heeft hier stilgestaan. Deze DS heeft in de duisternis onbewogen de moord op John F. Kennedy meegemaakt, de eerste maanlanding, de oliecrisis, de explosie van de kernreactor van Tsjernobyl, de aanslagen van 09/11 door Al Qaida. De wereldgeschiedenis van de afgelopen zestig jaar gaat aan deze auto voorbij, terwijl de banden steeds leger raken, de hydraulische olie langzaam vergaat en de benzine dik en stroperig wordt. Dit is het verhaal van een DS19 uit 1956, het jaar van de Hongaarse volksopstand tegen het stalinistische bewind van de Sovjet-Unie. Ik zie als historicus paralellen met wat er nu gebeurt in Oekraïne. We ontrukken een bijzondere auto aan de vergetelheid. Hij heeft het chassisnummer 7776, een kilometerstand van 40.842 en als datum eerste toelating 14 november 1956. Dat is vier dagen nadat de revolte van de bevolking van Hongarije bloedig is neergeslagen.

De Zeeuwse edelsmid Harry Hutjens ziet in mei 2021 op Youtube een filmpje dat viraal gaat. De video van bijna vijf minuten toont een sortie de grange aan de Boulevard Allemand in Marseille. Het betreft een DS19 uit 1956. Het stof is dan al grotendeels van de carrosserie geveegd. De banden hebben dankzij een mobiele compressor weer lucht gekregen. Voldoende om hem met behulp van een kleine krik letterlijk uit de stalling te duwen en trekken. Tegenstribbelend, alsof hij niet weg wil van de plek waar hij bijna zestig jaar gestaan heeft.

Hutjens ziet het filmpje en herkent de Nederlandse DS-liefhebber en handelaar Peter Schuring. Dertig jaar daarvoor hebben ze voor het eerst kennis gemaakt bij de Amsterdamse garage Renaissance. En laat hij nu nog zijn telefoonnummer in zijn mobiel hebben staan. Zou die auto te koop zijn? Hij belt Peter, die blij verrast is weer eens van hem te horen. Harry blijkt niet de eerste te zijn die zich meldt. Schuring heeft al talloze e-mails en telefoontjes gehad uit Duitsland, Noorwegen, Nederland en Frankrijk. Het is een kwestie van snel handelen, voordat een koper de DS voor Harry’s neus wegkaapt. Peter Schuring heeft het liefst dat deze auto bij een Nederlandse liefhebber komt. Want zo kan hij hem blijven volgen. Op basis van e-mails met heel veel detailfoto’s en filmpjes van de carrosserie en het chassis, krijgt Harry Hutjens een indruk van de auto. In combinatie met het verhaal van de vondst, besluit Harry hem ongezien te kopen. Wat hij ervoor betaald heeft, blijft een goed bewaard geheim. Een paar maanden later staat de DS19 in Goes, waar hij opnieuw verdwijnt in een opslagruimte.

Het is donderdag 6 januari 2022 als ik met Harry een rendez-vous heb op een wat vervallen industrieterrein in Goes. In Zeeland waait het altijd en de gevoelstemperatuur is bitter koud. We gaan naar binnen door een deur; de grote garagepoort blijft dicht. Alsof er niemand mag meekijken. Het verhoogt hoe dan ook de spanning. De spaarzame verlichting gaat aan. Er hangt een geur van rubber, olie en oude auto’s. Niets wijst erop dat hier zo’n oude DS19 geparkeerd staat. Ik zie verschillende Citroëns: een Californische DS Break, een Amerikaanse DS cabriolet, twee SM’s, zelfs een SM cabriolet van de Duitse carrosseriebouwer Norbert Wassmann en een in een hoekje weggestopte 2CV ribbelkap. Harry Hutjens is niet iemand die de kunst van het minimaliseren verstaat. Toch ziet hij zichzelf niet als een hoarder of hamsteraar. Want zijn verzameling is geen chaotisch rommeltje. Op zijn website Hutjens Edelsmederij noemt hij zich ook ruimtelijk vormgever. Ik weet niet wat ik daaronder moet verstaan, maar het verklaart wellicht de georganiseerde collectie. De ruimte voelt brandschoon en tegelijkertijd oer-Hollands. Alles is keurig en overzichtelijk geordend: onderdelen, plaatwerk, vitrinekasten met modelletjes, boeken en publiciteitsmateriaal van Citroën. Er is zelfs een keukentje. Sommige Citroëns staan onder een doek, andere weer niet. In niets voelt dit als een oude Franse schuur.

En dan zie ik de auto in een hoek staan. Het Het is een bijna sacraal gezicht. De champagnekleurige DS19 ligt levenloos plat op z’n buik, maar oogt ongekend fris en zeker niet uitgewoond. Harry heeft het laatste Franse stof eraf gehaald. In en om de auto hangt de geur van vergane hydraulische rode olie. De aanblik doet mij onmiddellijk denken aan een van de eerste publiciteitsfoto’s, waar een handgemaakte DS19 in dezelfde kleur gefotografeerd is in een studio, voor een paar witte lakens.

Marseille

We verplaatsen ons even in gedachten naar Marseille, daar waar de auto al die jaren heeft stilgestaan. Hij blijft decennia lang onopgemerkt totdat in 2019 ene Daniel Ruocco opduikt. Deze Fransman van Italiaanse origine handelt in DS-onderdelen en bezoekt regelmatig van die heerlijk ongeordende beurzen, zoals ze alleen in Frankrijk te vinden zijn. Op een ervan koopt hij een DS-uitlaat bij Pierre Imbert, die hem vertelt dat hij thuis nog meer DS-onderdelen heeft. Op het moment dat Ruocco bij Imbert in de garage komt om die te komen bekijken, ziet hij de 56’er DS onder een doek staan tussen oude fietsen, brommers en motoren. Ruocco is overdonderd. Helaas voor hem is de auto niet te koop. Want de auto heeft een te grote emotionele waarde voor Imbert. Om toch het contact warm te houden, besluit Ruocco om af en toe wat onderdelen bij hem te kopen.

De DS staat in een opslagruimte aan de Boulevard Allemand in de multiculturele havenstad Marseille. Deze straat ligt in het Quartier du Panier. Dat is een oude wijk die gekenmerkt wordt door vele smalle straten. Het is de locatie waar eens de Griekse kolonie Massalia werd gesticht, ongeveer 600 voor Christus.

Om meer te weten over de geschiedenis van de 56’er DS verplaatsen we ons naar het jaar 1959. Dan koopt de vader van Pierre Imbert de Citroën tweedehands. Hij heeft een collectie auto’s, al dan niet klassiek. Ze staan gestald bij zijn buitenhuis in Port-de-Bouc, 45 kilometer westelijk van Marseille aan de Middellandse Zee. Hier slaat het noodlot toe. In 1963 brandt het huis af. Vader Imbert komt om het leven. De hele collectie auto’s met alle papieren wordt verwoest. Op één auto na, de DS19 in de garage aan de Boulevard
Allemand te Marseille. Want die is in 1963 zeker nog geen klassieker. Uit respect voor en als herinnering aan zijn vader besluit Imbert de auto te bewaren. En hem zelfs niet meer te starten. Ook als in de jaren negentig de populariteit van de Citroën DS als klassieker toeneemt, geeft hij geen ruchtbaarheid aan het bestaan van zijn voiture.
Ruocco is op zijn beurt bevriend met Peter Schuring en vertelt hem over de auto. Na twee jaar besluit Pierre Imbert uiteindelijk de DS19 te verkopen en wel aan Schuring. Die plaatst het filmpje op Youtube. Dan gaat het snel. Harry Hutjens koopt de auto weer van hem. Voor Harry is het een oude droom om een echte, niet gerestaureerde originele Citroën DS te bezitten uit zijn geboortejaar. Voor de auto is het stille en donkere bestaan voorbij. Eindelijk ziet hij weer daglicht. Wel staat hij opnieuw stil, nu in Zeeland in afwachting van de dingen die komen gaan. Harry heeft ruimte vrijgemaakt in zijn loods om in alle rust de DS te bewonderen. Want zo’n origineel exemplaar, dat is uniek.

Readymades

Maar dan komen Harry’s eigenschappen als ruimtelijk vormgever bovendrijven. Die stalling van Harry heeft geen museaal karakter. Het is gewoon een loods. Maar bij het zien van de DS19 dringt zich bij mij de associatie op met het urinoir van de Franse kunstenaar en dadaïst
Marcel Duchamp (1887 – 1968). In 1917 stuurt hij anoniem een industrieel en in massa vervaardigd urinoir naar een kunsttentoonstelling in New York.
Hij is zelf medeorganisator van die expositie. Hij heeft het urinoir gesigneerd met R. Mutt, dat staat voor het Duitse armoede (Armut). Het werk wordt geweigerd. Duchamp testte de bereidheid van de organisatie om alledaagse, in massa geproduceerde voorwerpen als kunstvoorwerp te accepteren. In de postmoderne wereld van kunst zijn die zogenaamde readymades een algemeen aanvaarde kunstuiting, zoals bijvoorbeeld in de pop-art. De naam is een afkorting van het begrip popular culture en omvat alles wat tot de geïndustrialiseerde massacultuur behoort. Het gaat dan om alledaagse zaken. Voorbeelden zijn Andy Warhol met zijn blikjes Campbell-soep uit 1962 en Roy Lichtenstein die stripverhalen in zijn kunst verwerkt. De Citroën DS van Harry hoort wat mij betreft in dat rijtje thuis. De auto is een massaproduct, maar verandert in een kunstobject als je de context wijzigt als hij geëxposeerd wordt.

De Franse filosoof en literatuurcriticus Roland Barthes schrijft in 1957 in zijn boek Mythologieën naar aanleiding van de verschijning van de Citroën DS: “Ik geloof dat de auto tegenwoordig een vrij nauwkeurig equivalent is van de gotische kathedralen: ik bedoel een grotere schepping die hoort bij de tijd, met hartstocht ontworpen door onbekende kunstenaars, die meer als beeld geconsumeerd wordt dan als gebruiksvoorwerp, door een heel volk dat zich haar toe-eigent als een volkomen magisch voorwerp.”

Deze DS19 heeft zeker een museale potentie: een industrieel massaproduct met een prachtig patina van 58 jaar stilstand, behangen met alle denkbare accessoires. Van Robergel naar H.G., ROBRI, een AREL buizenradio, een kledinghaakje van achteruitkijkspiegelfabrikant CIPA tot het losse, originele make-up spiegeltje. De bekleding is nog bedekt met uitgehard beschermend plastic, al is er met ruwe hand een deel van het plastic van de bestuurderstoel afgerukt. Eronder zitten hagelnieuwe zetels bekleed met de stof Bleu Royal. Deze DS straalt geschiedenis uit. Je voelt het als je bij de auto staat; de persoonlijke geschiedenis, de handtekening van de monteurs die de auto geassembleerd hebben. Het lijkt of je zojuist uit een tijdmachine gestapt bent. Alsof je naast Rembrandt staat die met zijn spatel een streek zet op de Nachtwacht. Deze auto maakt al die tot in de perfectie gerestaureerde DS’en tot roestvrije wrakken, tot nietszeggende en zielloze auto’s. Het lijkt wel of deze auto een aura bezit, zoals de Duitse cultuurfilosoof Walter Benjamin (1892 – 1940) dat ooit beschreven heeft. De hand van de schepper van het object wordt tastbaar. Het zwakke licht in Harry’s loods versterkt dit effect alleen maar.

De auto

Deze Citroën kent geen roest. De carrosserie heeft her en der wat kleine deukjes en krassen. De meeste daarvan zijn ontstaan in de tijd dat hij in Marseille stil stond. Imbert gebruikte de ruimte ook voor opslag van onderdelen en was blijkbaar niet altijd even voorzichtig met het verplaatsen van spullen. Maar dat hoort nu eenmaal bij zo’n auto dans son jus. De lak oogt wat verweerd, maar met een goede poetsbeurt komt het patina goed tot zijn recht; als nieuw, maar toch oud. Hutjens overweegt de lak en minimale deukjes nog aan te pakken, maar is er nog niet uit. Want gebruikerssporen horen nu eenmaal bij de geschiedenis van deze auto.
Dat geldt niet voor de motor en het hydraulische systeem. Een motor zestig jaar laten stilstaan doe je niet ongestraft. Vandaar dat er nog geen poging ondernomen is te starten. De motor zit waarschijnlijk vast. Daarom gaat de motor eerst helemaal uit elkaar. Er is een gerede kans dat de koppelingsplaat uitgehard is. Dus die zal ook vervangen worden. Het hydraulische systeem is destijds gevuld met de beruchte rode, synthetische hydraulische olie. De rubbers van het systeem zijn uitgedroogd en hebben sowieso een houdbaarheidsdatum. De olie is vergaan. Het hydraulische systeem zal in zijn geheel vervangen moeten worden. Daarbij komen dan nog de gebruikelijke mankementen die gelden voor een DS uit dit bouwjaar. De eerste modellen kenden tal van technische problemen. Maar Harry zou geen Hutjens zijn als hij die niet gaat oplossen.

DNA

Iedere DS is anders. Geen twee rijden, zitten of ruiken hetzelfde. Noem het maar het DNA. Deze auto ruikt als een verlaten viskraam met bedorven vis. Een geur die een niet-DS-liefhebber als stank zou betitelen, om er met een grote boog omheen te lopen. Harry spreekt liever over een bouquet. Hij vindt het heerlijk! Het is de typische geur die hoort bij een rood-systeem DS. De een heeft het wat meer dan de andere. En die geur wordt sterker bij auto’s die langer stilgestaan hebben.

Accessoires

Het personaliseren van je auto is echt niet iets van de laatste jaren. In het tijdperk van de eerste neus van de Citroën DS zijn veel autobezitters op zoek om met behulp van attributen hun auto verder te verfraaien en te voorzien van een eigen identiteit. Met name voor de Franse merken is er in die jaren een ruime keuze aan accessoires. Stripjes in alle soorten en maten, stropdassen, rubberen bumperrozetten, platte uitlaateindstukken en steenslagbeschermingsplaten voor het lakwerk bij voor- en achterschermen, et cetera. De bekendste leverancier is ROBRI, met het ridderharnas als beeldmerk. De fabriek was gevestigd in Puteaux, tegenwoordig een buitenwijk van Parijs. Andere populaire merken zijn Robergel, H.G, Sabolux en Raoul. Deze laatste spant de kroon met een set vinnen voor het achterscherm van de Citroën DS.

Vooral voor Franse merken is er een ruime keuze aan attributen om het aanzicht auto te ‘verbeteren, te ‘beschermen’ en te ‘verfraaien’, zo moeten de reclameslogans klanten overtuigen. Maar de auto gaat van al die toeters en bellen niet beter rijden. Functioneel zijn ze niet, het blijft een kwestie van smaak. Als je een kleinere of grotere autoschade hebt, moet het plaatwerk
sowieso gerepareerd worden. Dan kun je weer nieuwe ‘beschermende’ strips kopen. Het past helemaal in het wereldbeeld van de toegenomen welvaart en de consumentencultuur. De auto wordt een heilige koe.

Harry’s DS19 onderscheidt zich van andere DS’en door een overdaad aan dit soort accessoires. Zelden heb ik een Snoek gezien die er zoveel heeft als dit exemplaar. Er zit ruim 25 meter strips op deze wagen. De meeste zijn van het merk ROBRI en de opvallendste zijn de afgeronde strips aan weerszijde van de auto, lopend vanaf de voorwielkast tot voorbij het achterportier. Het deel van de carrosserie beneden de strips is zwart gespoten. Het lijkt wel een verwijzing naar klassieke vooroorlogse auto’s met van die grote gestroomlijnde wielkasten. Een merkwaardige
accessoire, zeker omdat de Citroën in de jaren vijftig de meest vernieuwende en vooruitstrevende en gestroomlijnde carrosserie heeft. Misschien was de carrosserie in de ogen van de eigenaar wat te modern en heeft hij vanuit nostalgische motieven dit laten aanbrengen. Mooi of lelijk, het is in ieder geval een zeer zeldzaam toebehoren; alleen al daarom historisch en uniek. Ook al geeft het aan hoe een accessoire de lijn van de carrosserie om zeep kan helpen. Opmerkelijk is dat de bumperrozetten van ROBRI op deze Citroën ontbreken. Wat verder opvalt, is de dubbel uitgevoerde nepluchthapper op de motorkap, die op zijn beurt is afgewerkt met een centrale strip. Alsof dat nog niet genoeg is, bevindt zich daaronder ook nog een stropdas van het merk G.H. (Georges Héricourt). Normaal is die voorzien met de gestileerde initialen G.H. Maar niet op deze kravat. Op de plaats van het embleem zit een St. Christoffel; de patroonheilige van de reizigers. Op het kofferdeksel en op het einde van de centrale uitlaat, overal zijn sierstukken te vinden ter verfraaiing van deze DS19. Er zit zelfs een kledinghaakje aan de bovenkant van het raam van het rechterachterportier. Maar dit is tenminste een nuttig accessoire. De achteruitkijkspiegels op de voorschermen en dat haakje zijn van het merk CIPA. Als je een nieuwe DS kocht bij de garage werden er nooit standaard spiegels bij geleverd. Die moest je los kopen, vandaar dat er een grote variatie aan spiegels te vinden is op een DS.
Om de passagiers achterin tegen de zon te beschermen is er een Gradulux zonwering tegen de achterruit gemonteerd. Die bestaat uit twee delen en is alleen te vinden op de oudste modellen. De lamellen van Gradulux worden voor de latere modellen uit een stuk gemaakt. Die achterruit is van kunststof en is na bijna 70 jaar nog zo helder als kristal.

De auto heeft Robergel wieldeksels in plaats van de fabrieksdoppen. De eengatsvelgen zijn in een soort metallic donkergrijs gespoten. Oorspronkelijk waren de velgen in de kleur Rouille (AC405). De roestbruine kleur zou te zeer opvallen achter de nepspaken van de wieldoppen. Vandaar het donkergrijs. Zelfs het reservewiel is niet vergeten.

Radio

Citroën heeft bij het ontwerp van het dashboard nooit rekening gehouden met de inbouw achteraf van een radio. Het esthetische gaat boven het functionele moeten ze gedacht hebben. Het eerste nylon dashboard van de DS19 is qua ontwerp natuurlijk in alle opzichten
fraai en futuristisch. De eerder aangehaalde Roland Barthes zegt hierover in Mythologieën: “Tot op heden was de superauto een toonbeeld van beestachtige kracht; nu is hij tegelijkertijd vergeestelijkt en meer tot voorwerp geworden, en ondanks maniakale nieuwigheidjes (zoals het stuur zonder spaken) huishoudelijker geworden, beter passend bij de sublimering van het gebruiksvoorwerp dat men aantreft in de moderne, huishoudelijke inrichting: het dashboard heeft meer weg van een paneel met knoppen in een moderne keuken dan van de schakelafdeling van een fabriek: de kleine plaatjes van gematteerd, gegolfd metaal, de kleine handeltjes met witte knoppen, de simpele venstertjes, zelfs de bescheidenheid van het chroom wijst op beheersing van de snelheid, die meer als comfort gezien wordt dan als prestatie. Men is duidelijk van de alchimie van de snelheid overgestapt naar het rijden als fijnproever.”

Met de opkomst van de massamedia in de jaren vijftig mag een autoradio natuurlijk niet ontbreken. In Harry’s DS is een AREL Commodor ingebouwd met een losse buizenkast. Het is dus geen transistorradio. AREL staat voor Applications Radio-ÉLèctriques en was destijds gevestigd in Courbevoie, vandaag de dag een banlieu van Parijs.

Omdat de inbouw van een radio niet voorbereid is, heeft AREL zelf een aanpassing voor het dashboard ontworpen. Het handschoenvakje is verhoogd. Daarmee wordt de vloeiende lijn van het dashboard wat minder pregnant. De buizenkast zit rechtsonder gemonteerd aan de bijrijderskant bij de dorpel, terwijl de AREL-luidspreker in de ruimte onder het stuurwiel zit. De antenne is inschuifbaar op het rechtervoorscherm.

Terwijl ik mij weer op weg begeef vanuit Goes naar Deventer denk ik na over de ontmoeting met Harry en zijn DS19. Wat maakt deze auto nu anders dan al die andere schuurvondsten? Het is het verhaal en de unieke accessoires die een tijdsbeeld weergeven. Zo wordt deze auto een product van zijn context. Je kunt erover discussiëren of al die toebehoren mooi of lelijk zijn. Ook al vind je dat laatste, het blijft een prachtig
tijdsbeeld. Om met een citaat van Walter Benjamin af te sluiten: “Het is altijd een van de belangrijkste taken van de kunst geweest om een vraag te genereren waarvoor het uur nog niet gekomen is.” Het uur van Harry’s DS19 is gekomen. Zijn auto is kunst met een grote K. Uniek; er is er maar eentje zoals deze onder al die 1,3 miljoen gebouwde Citroëns DS. Het liefst zou ik er mijn handtekening op zetten met een dikke viltstift in een klein hoekje op het kofferdeksel. Dan staat hij volgend jaar als pop-art object in het Rijksmuseum. Maar Harry’s handen jeuken om ermee te gaan rijden. Daar kan ik hem geen ongelijk geven. Dan wordt die DS19 maar een bewegend museumstuk.

Deel dit artikel
  •  
  •  
  •  
  •  
Loading…
Loading…

Bienvenue