Nieuwsbrief regio Zeeland

Technische verhalen uit de regio

Het gaat wel heel lang duren. Dankzij de coronapandemie zijn er geen technische avonden met alles wat die avonden interessant en plezierig maken!
 We kijken er naar uit jullie weer te kunnen ontmoeten. Sterker nog, de technische commissie van de regio Zeeland bereidt zich alvast voor op nieuwe onderwerpen die we jullie kunnen aanbieden. Om daarvoor ideeën op te doen maar ook om contacten te onderhouden en daarmee te verbinden vragen we jullie aandacht en graag ook een bijdrage te leveren aan de volgende activiteit. De komende tijd brengen we jullie reportages over hoe we in deze coronatijd met onze ID of DS (andere Citroën-oldtimers mag ook) bezig zijn geweest.
We doen het zo:
 je stuurt enkele foto’s van je activiteit naar mpolderdk@zeelandnet.nl met vermelding van je telefoonnummer. Rinus belt je dan op en houdt een vraaggesprek over jouw activiteit. Een verslag daarvan sturen we aan de regioleden. Zo proberen we de contacten onder de leden weer op gang te brengen.

We denken reportages te kunnen maken van

Willem: opknappen van interieur (bekleding)

Harry: de inrichting van een nieuwe locatie voor de regio
Daan en Piet: restauratie van een Citroën CX
Henk: restauratie van een Citroën 2CV
Henk: testbank hydrauliek.
En graag nog veel meer. Zeker en vast hebben langs de Belgische grens ook meer of minder spectaculaire bezigheden plaats gevonden!

Een testbank voor het hydraulisch systeem (1)

Henk Reins  is een intensief gebruiker van zijn elektrische DS. Bijna dagelijks gaat hij er mee de weg op. Als techneut bij uitstek zoekt hij altijd wel iets te knutselen waar hij voor zijn auto’s gemak kan van hebben.

De testbank kan:
de werking van de pomp controleren
drukverlies in het systeem opsporen
veerbollen testen
lekkages lokaliseren

De tweede foto geeft zicht op de achterkant van de testbank, op de stuurinrichting. Hij is te bedienen met een zwengel (stuur).
 Maar de technische knobbel van Henk heeft nog verder gewerkt. Voor het lege deel van het frame zit daar natuurlijk ook een plan.

Ja hoor, Henk komt met een bericht met foto: ,,van de week nog een setje gemaakt om de remservo aan een voor- en achterrem te koppelen. Een metertje ertussen en je kunt druk en werking controleren.” Fantastisch Henk, kom dat maar eens allemaal demonstreren op een van de eerstkomende technische avonden! En neem dan ook dat losse setje van het veerbolvulsysteem mee en dat van de hoogteregelaar kan ook nog wel in je koffer. De verticale stang is voor de bediening.

Kijk eens op deze foto. Henk heeft een frame (groen) geconstrueerd met daarop bevestigd: de bekende groene voorraadtank, de hogedrukpomp aangedreven door een elektromotor, het stuurhuis en het veersysteem. Alles is met elkaar verbonden zoals dat ook bij de DS het geval is. De clou is dat hij op verschillende plaatsen drukmeters heeft ingebouwd, zodat hij problemen direct kan lokaliseren.

Nieuwe stoelvulling (2)

Dit is de bijrijdersstoel van de auto van Willem, een ID19B. Op het eerste gezicht ziet de stoel er goed uit. De okergele bekleding is nog prima. Maar de bovenrand van de rugleuning is niet bepaald strak en de comfortabele zit die we van ID/DS-stoelen gewend zijn, is ver te zoeken. Kijk je onder de stoel, dan is de vloer bezaaid met schuimrubberkorrels. Dan is de diagnose simpel te stellen: de schuimrubbervulling heeft z’n beste tijd gehad.
Om de staat van het schuimrubber precies te weten moeten de stoelen uit de auto en de bekleding eraf.
 De stoelen wegnemen is bij dit type ID een fluitje van een cent. Je schuift ze gewoon naar achteren tot ze uit de glijbuizen vallen. Later – als je ze terug moet zetten – wordt het lastiger. Het glij-ijzer precies voor het gaatje van de buis mikken eist een vaste, sturende hand. Nu lekker in de tuin de bekleding eraf. Dat lukt Willem prima, maar dan schrik je toch even van de staat waarin het rubber zich bevindt.

Het verteren van het rubber komt vooral door inwerking van zonlicht. In het oude rubber zit een weekmaker om het soepeler te maken. Die weekmaker verdwijnt door de warmte van de zon zodat het rubber vergaat. Gelukkig is dit een proces van jaren, in het geval van Willem maar liefst 53 jaar! De kunststofbekleding aan de achterkant van de rugleuning is op een plaat gespannen en zo op het frame geschroefd. De stoel gaat op de kop, Je ziet dat de kunststof bekleding is vastgezet aan het veerraster met krammen. (kun je hergebruiken). Ze zijn met een waterpomptang goed los te maken. Overigens blijkt de vering van de stoel nog in goede staat te zijn. De stoffen bekleding los je, zet je vast en span je met een kabel die door een zoom loopt.
Al met al is het uit- en aankleden van de stoel geen moeilijke klus. Ook het verkrijgen van nieuw rubber liep voor Willem gesmeerd. Hij kocht het bij een Duits bedrijf (Der Franzose) dat een zeer uitgebreid assortiment aan ID/DS-onderdelen verkoopt. Het schuimrubber is er voorgevormd te koop; je hoeft alleen een klein hoekje bij te knippen en dan het geheel weer op te bouwen. Het resultaat is een puntgave stoel. En dat nog voor iets meer dan 100 euro. Naar verluidt is Willem weer al aan z’n volgende klus begonnen: het opknappen van zijn dashboard.

Restauratie Citroën 2CV Club (3)

Het werk aan een 2CV Clubje. Het is 19 februari 2000. Jozien hobbelt met haar pas verworven Charleston vanuit Nieuw en St. Joosland over de dijk naar Nieuwdorp. Na 1,3615 kilometer precies weigert het voertuig al alle dienst. Géén koppeling. Na een korte wandeling bereikt ze een huis in de polder. Nee, mobiele telefoons zijn er dan nog niet of in ieder geval hebben wij er nog geen. Via een telefoonboek en een rijksdaalder armer legt Jozien contact met André. Al snel komt hij ter plaatse en frommelt de koppelingskabel weer op de plaats waar hij hoort. Géén probleem, daar kom je wel mee thuis! Vervolgens gaat het maanden goed.
De eend is een welkome aanvulling in huize Ruissen. Beide dochters moeten met regelmaat gebracht en gehaald worden van clubs en balletles. Maar toch weten we stiekem wat de APK-formulieren ons vertellen. AC3-002 en AC4-502 spelen door ons hoofd. Respectievelijk randschade en speling op beide fusees moeten toch ééns opgelost worden. Laten we met het makkelijkste beginnen.
Bij André op de brug pak ik voortvarend de randschade op. Het is een kwestie van een stukje plaatwerk vervangen. Althans, dat denk ik toch. Het rottige is dat het wak steeds groter wordt. De moed zakt me in de schoenen. Plots wordt de eend een vervelend ding en we overwegen om ‘m weer maar snel te verkopen. Maar wat brengt het nu nog op. De randschade is niet opgelost en de fusees klapperen op de achtergrond. ,,Niet doen” zegt André. ,,Bij mij in de loods kun je in alle rust aan de slag. Alle gereedschap staat tot je beschikking!’’ Dat het een hele uitdaging wordt is wel duidelijk maar al met al is het toch wel leuk. Voor mijn verjaardag krijg ik een set kokerbalkjes als aanmoediging.

Koets en chassis worden gescheiden en ik maak een hele kooiconstructie in de koets. Die moet voorkomen dat het hele boeltje plooit als ik de ouwe kokertjes eruit slijp. Spannend, dat laatste stukje maar ik heb het goed gedaan. Alle maten, zoals natuurlijk vooraf goed opgetekend, geven géén krimp. Lassen is niet mijn ding maar puntlassen gaat des te beter. Er gaan veel nieuwe stukken in. Alles met een felsrandje. Ook leer ik in twee lessen dat je bij het puntlassen je bankpasje uit je broek moet halen. Lekker goedkoop!
De koets kan op zijn kant en op zijn kop om alles goed schoon te maken en vast te zetten. Het chassis lijkt toch ook niet helemaal fris. Het is wat geplooid en geroest dus we besluiten een nieuw en origineel te kopen. In overleg met de RDW slijp ik het nummer als bewijs uit het overleden chassis. Het is ongelofelijk hoeveel nieuw plaatwerk ingebracht moet worden. Eenmaal een beetje gereed moet ik de loods verlaten. Ruimtegebrek in de loods. Koets en wieltjes passen in mijn garage. Nog wat plaatwerk geschilderd en dan wordt het stil in de garagebox, heel stil. Ons huis, de kinderen, mijn werk en de DS vragen meer aandacht dan een zielig hoopje plaatwerk. Het motortje ligt op mijn werkbank in mijn schuur, dat is nog het enige positieve. In de weinige momenten van rust reviseer ik de remklauwen en monteer nieuwe schijven en dergelijke. Ik vertrouw op een deugdelijk motortje maar na overleg met Gerard Kerkaert en zijn advies besluiten we het blokje over de grens te duwen. Niet voor niets. Aan nokkenassen dienen nokken te zitten. Na een grondige revisie ben ik blij dat het motortje draait op een jampotje benzine. Heerlijk die motorlucht in je schuur! Om de zoveel tijd eens tornen. De acties blijven op een laag pitje.
Na elke CitroMobile stroomt er weer een scheut citrobloed door mijn aderen en als het plaatwerk dan eindelijk gereed is, laad ik het inclusief op een karretje richting autospuiter. De kleurkeuze is na veel wikken en wegen gemaakt en die zit er nu op. Het overige plaatwerk haal ik onbewerkt weer terug. Door omstandigheden moet ik een andere spuiter zoeken. De fusees? Ja, ook die zijn vervangen inclusief draagarmlagers voor, remleidingen en remvoeringen en -cups. Ook de koplampjes zijn nu als nieuw. Enkelen kennen de échte kwaliteit.
Nog even sturen. Bij elke richting naar rechts hoor ik een kraakje. Wat te doen? Stuurhuis gedemonteerd. Roest om het rondsel en de getande staaf. Hosternokke! Vooruit, een gereviseerd stuurhuis monteren is toch wel leuk al heb ik daar speciaal door Daan gefabriceerde hulpstukken voor nodig. Waardevol, ze staan nog op de schoorsteenmantel! Na veel gepoets en gefriemel staat de koets nu inclusief de touwtjes en zekeringkastjes weer in elkaar. Ik herinner me als de dag van gisteren het vrolijke geluid na het omdraaien van de sleutel.
De stoeltjes en de banken zijn opnieuw bekleed en de bekleding van de zijpanelen heb ik samen met Jozien geplakt. De montage van de schermen en het afhangen van de deurtjes zal ik jullie besparen. Het leek vooraf allemaal zo simpel. Een pré-APK’tje lijkt me slim. Eén achterwiel draait van geen meter. Vooruit, dan de achterwiellagers ook nog maar gedaan.
Nu is het tijd voor de RDW. Het gekoesterde chassisnummer moet ingeslagen worden en dat moet in Gilze-Rijen gebeuren. Het is een spannend tochtje met onze trots op een ambulance achter een oersterke Landrover van een collega. De keurmeester geniet met volle teugen. Ik laat mijn fotoboek zien en hij gaat er eens uitgebreid voor zitten. ,,Ik heb ook een eend’’ lijkt hij wat jaloers te zeggen. Eenmaal thuis na de APK-keuring en klaar is Kees. Op pad, maar we komen niet ver.

Een angstaanjagend geluid stuurt ons snel terug maar we kunnen het niet vinden. Uiteindelijk blijkt het de tellerkabel te zijn, die ondanks goede smering, flink aanloopt. Met een tie-wrap opzij gelegd hoor je er niks meer van. Omdat het ouwe stuurtje plakkerig en beschadigd was heb ik gezocht naar een origineel Quillerystuurtje. Dat hoort in een “Clubje” want een Charleston is het al lang niet meer. Peter Duine merkt op dat de wagenhoogte niet goed is. ,,Dat kun je makkelijk oplossen!’’ Gelukkig krijg ik een schets hoe dat moet maar een ontwrichte schouder hou ik er van over. Met een dubbele laag RX staat de parel nu te wachten in de loods tot het eind februari wordt. Ik maak gebruik van een overgangsregeling waarbij je niet op de weg mag.
Pas dan gaat het echte genieten beginnen! 22 jaar later en meer dan honderd onderdelen verder.

Henk Ruissen

Deel dit artikel
  •  
  •  
  •  
  •  
Loading…
Loading…

Bienvenue