Benzineluchten

foto Total

Espace Technique

Tekst Laurens Ebberink, in samenwerking met de Technische Commissie en Clubmagazijn (Dick Esselink, Albert-Jan Bulder e.a.)

In het clubblad La Bombe Citroën zijn er gedurende het bestaan van de club vele technische artikelen verschenen. De Citroën ID en DS blijft dezelfde auto, maar door voortschrijdende inzichten ontwikkelt zich de techniek om deze te onderhouden zich verder. Zo is er ooit in de jaren 80 in het clubblad een artikel verschenen waarin geadviseerd werd je kokerbalken met purschuim te vullen ter voorkoming van roestvorming. Of werd er aanbevolen om Molykote aan de LHM-olie toe te voegen teneinde de smering te verhogen. Goed bedoeld, maar geen duurzaam advies.
Onder de kop Espace Technique worden bestaande technische artikelen op de website telkens aangepast naar de huidige stand van zaken. Ga hiervoor naar abonneren en vink het vakje Espace Technique aan. Dan krijg je voortaan updates op eerder gepubliceerde artikelen aangaande techniek automatisch in je mailbox.

De aanwijzingen in onderstaand artikel zijn zeker niet compleet! Beschouw het als een groeidiamant. Heb je waardevolle adviezen of toevoegingen, mail ze dan naar Laurens@DS-limburg.nl. Samen met de TC zullen we aanvullingen controleren en via de online redactie op de website toevoegen.

Benzinegeuren in de auto opzoeken en oplossen

Er zijn diverse oorzaken aan te wijzen voor benzinegeuren in de wagen. Voor alle ID’s en DS’en geldt: werk veilig en gezond! Werkzaamheden aan de tank en benzineleidingen mag alleen in een goed beluchte garage of buiten. Vuur is uit den boze.
Als je onder de auto werkt, zorg dan dat je gebruik maakt van een brug of goede garagesteunen. Nooit alleen op een krik. Leg een wiel die je van de wagen afneemt altijd onder de rand van de opgekrikte auto zodat het risico dat de auto op je valt, kleiner is.

Messing inschuifring (foto: Leo van Valen)

• De melkwitachtige leidingen die in het brandstofsysteem van de DS gebruikt zijn, zijn van een polyamide kunststof. Diverse (merk)namen zijn ervoor in gebruik zoals Nylon en Rilsan. Het clubmagazijn levert Rilsan leidingen in verschillende maten los en in complete vervangsetjes.
• Rilsan leidingen zijn veilig te gebruiken voor brandstof maar toch ook enigszins kwetsbaar. Let op dat je ze niet knikt of indeukt, bijvoorbeeld met verkeerde slangenklemmen. Voor een goede rondom afdichting van benzineslangen gebruik je altijd echte benzineslangklemmen of Ligarex sluitingen. In een aantal gevallen wordt gebruik gemaakt van bronzen verstevigingsringen die in de rilsanbuis worden geschoven, zo kan de klem steviger aangetrokken worden.
Een geknikte rilsanbuis kun je eventueel doorknippen en met een stukje ethanolbestendige benzineslang + benzineklemmen repareren.
• De benzineslang moet ethanolbestendig zijn. In de praktijk heeft de Technische Commissie van de club tot nu toe (medio 2020) ervaren dat alleen flexibele benzineslang van Cohline en de (stuggere) Baricade van Gates echt ethanolbestendig zijn.

Onderzoekspunten om te achterhalen waar benzinegeur vandaan komt

1. De benzinedop

(artikel dl 1) Deze is zonder gaatje en moet goed sluiten op de rubberring.
2. Beluchting en ontluchting van de tankruimte
(artikel dl 1) In de bodemplaat onder de tank zitten vier sleufvormige gaten. Deze gaten dienen voor de beluchting of ontluchting van de tankruimte en dienen altijd open te staan. Ze willen nog wel eens dichtgedrukt of dichtgekit zijn.

Beluchtingsgat tankruimte bijna dicht (foto Laurens Ebberink)

3. De afdichting van het deksel die de benzinetank afsluit

(artikel La Bombe Citroën nr. 402 oktober 2020)
Om de tankruimte onder de achterbank te bereiken, verwijder je de zitting van de achterbank (gewoon aan de voorzijde oplichten), de eventuele gordels en de afdichtplaat van de tankruimte. Verwijder de zeven bouten en licht de afdichtplaat van achter al scharnierend over de voorzijde op. De afdichtplaat sluit luchtdicht af, controleer de schuimband-afdichting.

4. De aansluiting van de beluchtingsslang op de benzinetank

Benzinelek aansluitbocht (foto Leo van Valen)

(artikel La Bombe Citroën nr. 402)
Foto onderschrift: benzinelek aansluitbocht (foto Leo van Valen)
Een rilsanbuis loopt van de benzinevulopening tot aan de hoek rechtsvoor op de benzinetank. Deze is met een rubber bochtje aangesloten. Dit bochtje zal, als het nog origineel is, waarschijnlijk verhard zijn.  Gebruik echte benzineleidingklemmen in plaats van de bekende slangenklemmen met wartelschroef, omdat ze goed rondom gelijkelijk aangetrokken moeten worden. De wartel-slangenklemmen kunnen de rilsanbuis indrukken.

Aansluiting benzinetank (foto Leo van Valen)

5. De aansluiting van de vulpijp op de tank onder het rechter achterspatbord

(artikel La Bombe Citroën nr. 403) Verwijder het achterspatbord en maak het daaronder met een harde borstel schoon, vrij van zand en modder. Verwijder vervolgens het schuin gemonteerde schutbordje. De vulpijp en de beluchtingsbuizen zijn nu geheel zichtbaar.

Benzineleidingen onder het achterscherm

De vulpijp is aan een zijde met een dikke rubberbuis verbonden aan de tank. Ook hiervoor geldt dat deze mogelijk verhard of gescheurd is en dus vervangen moet worden.
Let erop dat de buis met knik tussen vulpijp en tank symetrisch lijkt maar dat niet is. Er zit verschil in lengte tussen het deel voor en na de knik. Een aandachtspunt voor bij de montage.
Deze dikke buis kan eventueel wel met grote slangenklemmen vastgezet worden. Dat is makkelijker dan een Ligarex sluiting omdat je er met de tang moeilijk bijkomt. Neem meteen de rubberen kraag mee waarmee de vulpijp aan de bovenzijde in het gat in de carrosserie van de vulopening afgesloten wordt.

Aansluiting vulpijp – tank (foto Dick Esselink)

6. De aansluiting van de beluchtingsbuis (zie 4) op de tank naar de vulopening

(artikel La Bombe nr. 403) De rilsanbuis sluit vlak bij de vulopening aan op de vulbuis. Controleer de aansluiting. Ongeveer 30 centimeter voor de aansluiting tapt een kleinere aangegoten rilsanbuis af naar boven. Deze komt via een soort tonnetje, dat als een demper werkt, uit binnen de benzineklepruimte in een klein gaatje. Dit dunne buisje verzorgt de beluchting en de ontluchting van de tank ten gevolgen van niveauverschillen in de benzinetank (daarom heeft de DS benzinedop ook geen gaatje). De gehele set van de Rilsan beluchtingsbuis is nieuw verkrijgbaar in het magazijn.

7. De benzinetank

Alhoewel het niet vaak zal voorkomen, bestaat het risico van doorroesten van de tank. Het spreekt voor zich dat bij verdenking van roest de tank er volledig uit moet om te onderzoeken en te testen. Hier verschillen de carburateur- en de injectiemodellen wezenlijk omdat bij de injectie sprake is van een aanzuigleiding met elektrische benzinepomp plus een retour leiding. De tank heeft dan ook drie pijpjes rechtsvoor op de tank, aanvoer, retour en beluchting en er is geen filter in de aanzuigmond  maar in de brandstofleiding in de dorpel vlak voor de elektrische benzinepomp.
Het aansluitleidingkje is van een bijzonder soort namelijk aan de ene kant 8mm en aan de andere kant 10mm. Hiervoor is bij mijn weten geen ethanolbestendige vervanger voor op de markt. Dus een messing verloopje van 8-10mm tussenvoegen is een oplossing.
De carburateurmodellen doen het met twee pijpjes voor aanvoer en beluchting en hebben een van onderaf bereikbaar benzinefilter.
Het filter kan door langdurige stilstand in combinatie met oude benzine of roest verstopt raken.  Het oude type filter kan worden gedemonteerd, de messing ringen kunnen worden schoon geborsteld of gestraald worden, maar dat is een tijdrovend klusje. Latere filters waren van nylon. Nieuw zijn deze nylonfilters lastig verkrijgbaar, beter is het om de tankfilter te vervangen door een universeel filter in de leiding, bij voorkeur vlak voor de benzinepomp.

 

Ook inwendig zijn de tanks verschillend. Ze mogen daarom niet verwisseld worden. Het effect van een IE-tank in plaats van een carburateurtank is dat al  bij een nog behoorlijk volle tank met name in bochten een hapering in de brandstoftoevoer kan ontstaan.

8. De vlotter/niveaumeter in de tank

benzinemeter lekkende pakking (foto Dick.Esselink)

(artikel La Bombe nr. 402) De pakking wil nog wel eens gaan lekken door veroudering van de kurken of rubberen pakking. Daarnaast is nog wel eens opgemerkt dat het bronzen aansluitvlak in de tank waar de pakking op aansluit, mee in de verf gezet is na een restauratiebeurt. Dit leidt altijd tot problemen omdat door de benzine de verf langzaam gaat loskomen. Kortom het aansluitvlak mooi schoonschuren.
Dan hebben oudere modellen van het vlottermechaniek bovenop nog een dekseltje waaronder de gewikkelde draad gemakkelijk toegankelijk is. Ook de pakking onder het dekseltje heeft niet het eeuwige leven. Een vervanger is niet gemakkelijk verkrijgbaar. Desnoods een compleet nieuwe niveaumeter monteren.

Benzinemeter oud type (foto Laurens Ebberink)

9. De aansluiting van de aanvoerleiding naar de motor

(artikel La Bombe Citroën nr. 404) De Rilsan aanvoerleiding (bij de carburateurmodellen rechtstreeks naar de mechanische benzinepomp op de motor en bij de injectiemodellen naar de elektrische benzinepomp in de dorpel/longeron) is in het pijpje rechtsvoor op de benzinetank geschoven bijna tot op de bodem. De afdichting vindt plaats door een benzineslang die zowel op het koperen pijpje als op de rilsanleiding vastgeklemd zit. Bij de injectiemodellen bevindt zich daar ook nog de retourbuis die uiteraard bovenin de tank uitkomt.
Voor de rubberen aansluitingen geldt in principe hetzelfde als aangegeven onder punt 4. Let echter wel op dat het uit de tank trekken van de rilsanleiding het risico van knikken van de leiding oplevert. Om knikken te voorkomen doe je er goed aan om de bevestigingsklemmen van de rilsanleiding in de dorpel tot de B-stijl los te maken. Zo ontstaat er ruimte  om een ruimere bocht te maken.

10. De elektrische benzinepomp bij injectiemodellen

De aansluitingen, zowel als de pomp kunnen lekken. Ook hier bij het vervangen ethanolbestendige materialen gebruiken.
De 180-gradenbocht op de benzinepomp kan bij voorkeur vervangen worden door een langer stuk ethanolbestendige benzineslang met een ruimere bocht. Let erop dat zodra je de aansluitleiding van de pomp lostrekt deze onder invloed van hevelwerking fors gaat stromen, zorg dus dat je een stopje in de buurt hebt. Oh ja, ook belangrijk, terugblazen van de benzine naar de tank met perslucht is niet verstandig omdat je dan de tank als een ballon opblaast waarna je een forse guts benzine over je heen krijgt en mogelijk kun je de ontluchtingsleiding gaan controleren of die nog goed zit.

Elektrische benzinepomp in dorpel (foto Dick Esselink)

11. De Rilsan leiding over de gehele lengte en onder de dwarstraverse in het bijzonder

(artikel La Bombe nr. 404)
De leiding loopt op een aantal punten langs en door de carrosserie (gaten). Door trillen en schuren kunnen er dunne plekken ontstaan. Levensgevaarlijk. Vervang de buis door nieuwe Rilsanbuizen die aan de meter verkrijgbaar zijn in het magazijn. Ook hier geldt dat je een stopje beschikbaar moet hebben als je de benzineleiding onder de traverse loskoppelt anders loopt de tank leeg.

12. Bij de injectiemodellen

Hou er rekening mee dat het vervangen van de leidingen en aansluitingen van de injectiegallerij behoorlijk meer werk is. De aansluitingen van de galerij op de injectoren willen nogal eens ouderdomsverschijnselen tonen. De injectoren zijn af fabriek gevat in rubberaansluitingen en als deze gaan lekken leidt dat tot een straaltje benzine dat eruit sproeit: zeer brandgevaarlijk! De remedie is het opgeklemde stukje slang van de injector af te slijpen, een nieuw stukje rubber slang te monteren welke nu aan beide zijden met een benzineklem gemonteerd worden. Je kun je er wel op rekenen dat je iedere 7 jaar uit veiligheidsoverweging de benzineleidingen rond de gallerij moet vervangen.

13. Het messing aansluitpijpje op de carburateur wil nog wel eens losschieten uit de aluminium behuizing

De benzine spuit dan vrolijk in het rond. Een veel gebruikt trucje is om een verbinding te maken met een ijzerdraadje, een tie-rap of iets dergelijks.

Benzineklachten over teruglopen van benzine naar de tank, zoals behandeld in het artikel in La Bombe Citroën nr. 404 waardoor de motor slecht zou starten leiden niet per se tot geuroverlast maar behandel ik toch even hier. Het terugvloeien lijkt niet echt aannemelijk omdat in de benzine toevoerleiding een hoger punt is aangebracht dan de opening in de tank. Er zou lucht in de leiding moeten kunnen komen hetgeen weer tot herkenbare benzinelekkages moet leiden. Toch kan het voorkomen er worden immers terugslagklepjes bij de webwinkels aangeboden. In geval van slechte start bij koude motor zou je eens kunnen checken voor de eerste start of er meteen benzine door de benzinepomp geleverd wordt. Indien dat wel het geval is moet je de motor zelf eens aan onderzoek onderwerpen zoals bijvoorbeeld het meten van de compressie op de koude motor.

Deel dit artikel
  •  
  •  
  •  
  •  
Loading…
Loading…

Bienvenue