Tekst Rob Hoen
Foto’s Rob Hoen, Tadeusz Rolke/l’Agence VU & World History Archive/HH

Om deze aflevering van Kleur Bekennen hangt een zweem van zuivel. Aanleiding is de kleur Gris Sable. Een gelige kleur, die mij doet denken aan de kleur van boter, kaas, melk en eieren. En niet te vergeten: Hollandse vanillevla. Aan alle denkbare variaties in lichtgeel. Mijn gedachten gaan naar de ouderwetse melk- en kaaswinkel met crèmekleurige tegeltjes aan de muur, waar ik als kind met mijn moeder kwam om kaas te kopen. Die winkel is er nog steeds, maar is nu vooral voor toeristen bedoeld in de categorie nutellashops, wafelwinkels en ijssalons. In die oude zuivelwinkel kun je nu Van Gogh Cheese kopen in plaats van Beemsterkaas. Melk en andere zuivel is uit het assortiment verdwenen. Maar die kleuren, ze zijn bij mij blijven hangen. Gris Sable associeer ik ook met strand, zee, zon en met een heel andere kleur: de diepblauwe luchten van warme zomers en koude winters. Geel en blauw, dat is een fijne combinatie om naar te kijken.

Dit is de vierde aflevering van Kleur Bekennen. Die gaat over Gris Sable (AC103). Over een kleur grijs die geen grijs is. Geleverd op de Citroën DS en ID voor maar één enkel modeljaar: 1963.

Boven- en ondertoon

Feit is dat grijs niet tot mijn favoriete kleuren behoort. Grijs vind ik saai. Want grijs staat voor middenmoot, het is té neutraal. Grijs is een kleur, maar geen kleurtint. Door er een kleur bij te mengen breng je grijs tot leven. Anders blijft het een eenvoudige vermenging van zwart en wit. Daarom is grijs wel een prima basis om er een pigment bij te mengen en daarmee de kleur lichter te maken.
Zo ook bij de Citroën DS. Gris Ardoise is grijs blauw, Gris Kandahar is grijs beige. Tenminste, als je de naam letterlijk volgt. Het is beter de naam om te keren: Gris Ardoise is blauw grijs. Gris Kandahar is beige grijs. Er wordt zoveel kleur bijgemengd dat het eigenlijk geen grijs meer is. Dat geldt ook voor Gris Sable. Het is meer geel dan grijs. De boventoon is geel, de ondertoon een beetje grijs. Daarom zijn bovengenoemde kleuren bij Citroën niet bij de grijze tinten ingedeeld, maar ze worden tot de blauwe, beige en gele kleurgroep gerekend.

Pastel

Die naam Gris Sable is niet erg gelukkig gekozen. Gris Sable is de zesde kleur geel die Citroën uitbrengt op de ID en DS in negen jaar tijd. Aan Gris Sable gaan vooraf: Champagne (1956-59), Jonquille (1958-1959), Jaune Panama (1959-1960), Ambre Doré (1961) en Absinthe (1961-1962). Onder de namen wordt maar een enkele keer de naam geel gebruikt. Al dat geel is toch wel uitzonderlijk, als je beseft dat nog maar vijftien jaar eerder het straatbeeld door donker gekleurde auto’s beheerst wordt.
Gris Sable kan flink veranderen onder invloed van licht. In de volle zon is het zonder meer lichtgeel. Ook de directe omgeving waarin de auto staat heeft invloed op het effect van de kleur: in een groene weide wordt de auto ook groen. In combinatie met een blauwe lucht, zoals op de bijgaande foto’s, lijkt de kleur nog geler dan geel te zijn. Bij gedekt weer blijft de auto geel, maar met een beetje goede wil zie je ook een grijze ondertoon. Toch is Gris Sable geen kameleon die zich aanpast aan zijn omgeving. Het is echt een gele auto en niet grijs, zoals de naam doet vermoeden.
Het is oker met wit gemengd. Geen felle kleur, maar echt geel. Het is een lichte kleur, zelfs een beetje pastel. Een pastelkeur is een onverzadigde kleur die je maakt door een zuiver pigment met een lichte kleur te mengen. En meestal is dat wit of lichtgeel. Pastelkleuren worden meestal als rustgevend of zacht omschreven. Op het neutrale af. Je zou ook ‘uitgewassen’ of ‘gebleekt’ kunnen zeggen, als bij een spijkerbroek. Het is waterverf waar net iets teveel water bij zit.

Zand

Gris Sable laat zich naast de kleur van zuivel ook goed associëren met de kleur van stranden. Van het zandstrand van Scheveningen tot aan Saharazand, van de stranden van de Côte de Lumière tot aan de Côte d’Azur. De tint van de kleur zand kan wel wat verschillen, maar het blijft zandgeel. Gris Sable doet mij daarom ook denken aan de zee. Dan denk ik aan Orangina. Aan dat kleine gele, ronde, klassieke opgeruwde glazen flesje met priklimonade, met echte sinaasappelpulp. Dat flesje dat je eerst moet omschudden voordat je het openmaakt en dat zo lekker in je hand ligt. Ook dit gele drankje komt in mijn gedachten bij Gris Sable. En dan is het opeens vakantiegeel. Gele parasolletjes op de terrassen langs het strand. Maar als ik Gris Sable zoek op het internet zoek en intik bij Google, kom ik in de Camarque terecht bij wijnboeren. Op geen enkel zandstrand. Gris Sable is een naam om snel te vergeten. Al is het een mooie kleur.

Geel

De kleur geel staat voor de lente, de kleur van de zon. Vaak wordt de kleur geel verbonden met geluk en verstand, maar vooral met licht en energie. Van geel word je vrolijk, je wordt er warm en actief van, letterlijk en figuurlijk. Geel activeert de eetlust. Helder en puur geel is een aandachtstrekker. Daarom zijn de taxi’s in New York geel. Geel wordt nog sneller gezien als je de kleur tegen een zwart vlak zet. Daarom wordt deze combinatie vaak gebruikt op waarschuwingslabels, bij vooral chemische producten. In Barcelona zijn de taxi’s zwart met geel en daarmee nóg opvallender dan hun New Yorkse collega’s. Beide zijn beslist meer in het oog springend dan de meestal zwarte taxi’s in Nederland. Alleen al omdat het straatbeeld overwegend zwart, grijs en blauw is. Geel wordt sneller gezien. Ook in de natuur staat de combinatie geel met zwart voor gevaar, bijvoorbeeld bij bijen en wespen. Sommige giftige slangen hebben deze kleurencombinatie.
Te veel geel is ook weer niet goed. Het schijnt dat baby’s meer huilen in gele kamers. Moderne Nederlandse ambulances zijn geel, de auto’s van de ANWB zijn al jaren geel.
Hoe wij als West-Europeanen geel ervaren is voor een belangrijk deel cultuurgebonden. Veel bloemen en planten die hier voorkomen zijn geel. Bijen hebben een voorkeur voor deze kleur, waarschijnlijk omdat zij deze kleur beter kunnen zien en er daardoor naar toe trekken. Dat geeft gele bloemen een evolutionair voordeel boven bloemen met een andere kleur.
In de Middeleeuwen werd geel gezien als de kleur van de haat. Geel kan in spreekwoorden en gezegden ook een negatieve bijklank hebben. Bijvoorbeeld zich geel en groen ergeren. Of het werd hem groen en geel voor de ogen. Of een geeltje van de plank nemen (een oude preek herhalen). Een klassieker is intussen het ‘geeltje’, dat komt uit het Amsterdams voor een biljet van 25 gulden. Nederland kende in de tweede helft van de 19e eeuw een geel biljet van 25 gulden. De naam bleef bestaan, ondanks het feit dat het biljet na 1909 niet meer gebruikt werd. En ook al hebben we nu en geel biljet van 50 euro, we noemen het geen geeltje. Wel de Post-it papiertjes die ik overal op mijn bureau tegenkom. Geel wordt in het algemeen gezien als een ongezonde huidskleur bij ziekte. En natuurlijk in de liturgie is geel een veel gebruikte kleur. Geel staat voor het paasfeest, de kleuren van Vaticaanstad zijn geel en wit.
Het wagenpark van de Franse posterijen werd vanaf 1962 geel, omdat de oude grijs-groene auto’s op het platteland te vaak aangereden werden door andere weggebruikers. Dat zachte pastelgeel van de Franse posterijen is trouwens een Citroënkleur (Jaune Poste, AC311). Die kleur benadert het Gris Sable van de DS.
Vermeldenswaard is dat lakkleuren soms ook met andere merken uitgewisseld worden, maar dan meestal wel een andere naam krijgen. Zo heeft Opel de gele kleur van de Franse post gebruikt op hun auto’s. Zweedse Fords zijn ook geleverd dat beroemde Citroën-geel, net zoals die van het Britse automerk Vauxhall.

Het postkantoor van Montfort l’Amaury met een Citroën 2CV in Jaune Poste (AC311)

Kleurenpalet per jaar

Gris Sable wordt maar één jaar geleverd. Waarom maar een jaar? Deugt er iets niet aan de kleur? Waarom wordt deze kleur weer zo snel uit het aanbod gehaald? Daar is verder niets achter te zoeken, want Citroën doet dat vaker. Het blijkt dat er wel meer kleuren zijn die gedurende de productieperiode van de Citroën DS maar één jaar geleverd zijn. Van de in totaal 82 DS-kleuren zijn er 28 slechts een jaar beschikbaar. Dat is ruim een derde, best wel veel. Waaraan dat ligt weet ik niet. De modekleuren veranderen snel in die jaren, maar ook weer niet zó snel. En autokleuren lopen nu eenmaal achter op het modebeeld. Worden sommige kleuren zo slecht verkocht dat ze weer heel snel uit het assortiment gehaald worden? Of vinden ze dat de fabrikant een dermate breed kleurenaanbod moet hebben, dat iedereen wel wat naar zijn of haar smaak kan vinden? Ook al heb je maar 100 klanten voor een enkele kleur, je moet hem kunnen aanbieden. Dat is de filosofie bij Citroën geweest. Gris Sable is dus geen uitzondering met een korte leverperiode. Ook de Citroën Ami 6 uit de Belgische productie wordt in 1964 één jaar in Gris Sable geleverd.

Een kleur kies je niet

Zeker in de jaren zestig staan er veel minder auto’s in de dealervoorraad dan nu. De toonzaal heeft dan een, twee, misschien drie auto’s op zicht. Je maakte een proefrit met een demonstratie model. Besluit je tot aankoop van een DS dan wordt deze besteld, want hij staat niet op locatie in de bedrijfsvoorraad. In de Verenigde Staten verkoopt men in die jaren al veel meer auto’s uit voorraad. Bij dealers staan dan buiten achter een hek rijen auto’s van hetzelfde model in een beperkt aantal kleuren. Want de dealer moet ook gunstig inkopen bij de fabrikant om te kunnen concurreren. De kleur doet er dan minder toe. Het is de taak van de verkoper om je een auto te verkopen, niet een kleur. Dus je reed vaker met een auto weg die je normaal niet in de kleur zou kopen. De verkoper zegt dan: ,,Houdt u van donkere of lichte kleuren?” En hij vervolgt: ,,U ziet zichzelf zeker al zitten in deze donkerblauwe Chevrolet?’’ En voor je ’t weet heb je een blauwe gekocht, ook al kwam je voor een rode. Maar ja, die staat niet in de voorraad en dan vervalt ook nog de gunstige aanschafprijs. Verkopen is een vak. Een kleur kies je niet, die wordt je opgedrongen.

1963

Nederland en België beleven de koudste winter van de 20e eeuw. De Elfstedentocht van deze winter is legendarisch vanwege de barre omstandigheden. Frankrijk wijst de Britse aanvraag voor het lidmaatschap van de EEG af. Prinses Marijke verandert haar naam in prinses Christina. President John F. Kennedy bezoekt West-Berlijn in het kader van de oplopende spanningen van de Koude Oorlog en spreekt de legendarische woorden: ‘Ich bin ein Berliner’. Willem Duys treedt op als eerste talkshowpresentator op de Nederlandse televisie in zijn programma ‘Voor de vuist weg’. Martin Luther King houdt zijn toespraak ‘I have a dream’ bij een nationale betoging voor rassengelijkheid, bijgewoond door 200.000 mensen. Rob Hoen, auteur van de onvolprezen serie Kleur Bekennen, wordt 5 jaar. Philips brengt de compact cassette uit met de bijbehorende speler. In Engeland wordt een trein beroofd met een buit van 2,6 miljoen Pond, bekend geworden onder de naam ‘The Great Train Robbery’. Porsche toont het model 911 aan het publiek op de autosalon van Frankfurt. President Kennedy wordt vermoord in Dallas. Rob de Nijs & The Lords zingen Ritme van de Regen en Gert Timmerman heeft Eerbied voor jouw Grijze Haren.

 

Modeljaar 1963

In het modeljaar 1963 levert Citroën de DS en ID -net als ieder jaar- in tien kleuren. Dat lijkt best een ruime keuze, maar het hele pallet is toch wel wat saaier geworden dan de jaren ervoor. De echt opvallende kleuren uit de beginjaren van de DS lijken te zijn verdwenen. Het revolutionaire, het nieuwe van de DS is er in 1963 wel een beetje vanaf. Alles went, ook een DS19 in het straatbeeld.
Stel, je gaat in 1962 een nieuwe DS kopen. Het wordt een Idéal19, eigenlijk met hetzelfde comfort van de DS19, maar dan met een mechanische versnellingsbak. Het is in die jaren in Nederland de best verkopende DS. Dat zijn trouwens in hoofdzaak auto’s afkomstig uit de Belgische fabriek in Vorst bij Brussel. Je hebt je bekomst van je vroege DS19 uit 1957, met alle kinderziekten, roest, een doorgezakt en gerafeld interieur en ander malheur. Die auto is nu zes jaar oud. Dat is precies de tijd die de fabriek rekent om de auto volledig af te schrijven. Volgens de fabrikant is hij op papier rijp voor de sloop. En modeljaar 1963 is het eerste jaar van de tweede neus en je bent wel toe aan een nieuw model. Maar het gaat nu even om de kleur, niet om de auto.
In dat jaar zijn er maar drie echt opvallende kleuren. Bleu de Provence is misschien wel de meest in het oog springende, samen met Rouge Carmin. En Gris Sable natuurlijk. De overige zijn tamelijk bedeesde kleuren. Voor de wat meer conservatieve kleurenliefhebber is er dus keus te over. De kopers kiezen toch wel vaak gedekt. Dat heeft te maken met de generatie die dan DS’en koopt. Het ligt dus niet aan het aanbod, maar aan de kopers.
De jeugd van medio jaren zestig is qua kleurengebruik in de mode alweer een stuk verder dan de mensen die op dat moment van middelbare leeftijd zijn en zich een DS kunnen permitteren. Die generatie heeft een kleurrijke sprong in de jaren vijftig gemaakt. Hun kinderen zijn al weer verder en neigen met hun kleding naar felle kleuren die vooruitlopen op de jaren zeventig. De mode uit de jaren zestig was misschien wel net zo bijzonder als die uit de jaren vijftig. Kledingtrends worden steeds meer gebaseerd op wat de grote film- en muzieksterren dragen. Jongeren passen hun kleding en kapsel aan op wat hun idolen Brigitte Bardot en The Beatles dragen. Door deze ontwikkeling ontstaat de eerste echte opsplitsing tussen jongeren en volwassenen. Deze generatie is helemaal niet met auto’s bezig en heeft er ook geen geld voor, dus je hoeft voor hen ook geen kleuren te bedenken. Daar komt pas weer verandering in als reclamebureau Delpire de Citroën 2CV van plattelandsauto transformeert tot stadsauto en die uitgroeit tot symbool van de voor iedereen bereikbare vrijheid. Dan komen pas echt de meer pittige kleuren. Maar dan zijn we al einde jaren zestig, als de mode veel feller van kleur is geworden.

Beperkte keuze

Enfin, als jonge vijftiger in 1962 kies ik Gris Sable voor mijn fonkelnieuwe Idéal19. Want Bleu de Provence en Rouge Carmin vind ik toch iets te heftig. Met die levertijd blijkt het reuze mee te vallen. Zolang je maar de juist kleur kiest. Want, zo zegt oud-Citroëndealer Roel Dijkstra uit Lelystad: ,,De keuze bestond uit de modellen en kleuren die in het grote Citroën-distributiecentrum in Den Bosch stonden. Mijn vader belde dan gewoon wat er stond. Kopers vonden in die tijd de kleur echt niet zo belangrijk. Dat is nu wel anders. De mensen gingen voor het model. Die kleur was bijzaak. Stond er een kleur in het distributiecentrum die ook maar een beetje de keuze van de klant benaderde, dan verkocht je die auto. Dan ging de verkoper met de trein en bus naar Den Bosch en haalde de auto daar op. Stond die er niet, dan werd de levertijd significant langer. Maar je wilde die klant natuurlijk niet verliezen door lange levertijden. Desgewenst kon ook nog de kleur van het dak aangepast worden. Men koos dan meestal uit de bestaande kleuren. Bij de lokale spuiterij werd het dak in de gewenste kleur gespoten. Touwtje in het rubber, spuiten, klaar! Zo ging dat in die tijd.’’
De kleur Gris Sable blijkt niet in Den Bosch te staan. DS’en in de kleur Blanc Paros des te meer. En ik wil niet maanden wachten op een exemplaar in Gris Sable. Dus het wordt een witte. Maar gelukkig heeft Hans Bohlmeijer uit Schiedam er nog eentje in Gris Sable. Het is een van de weinig bewaarde exemplaren in deze kleur. Afkomstig uit het Franse Nantes en in een volslagen originele, niet gerestaureerde staat. Helemaal ‘dans son jus’ met een prachtig patina. Die auto staat model voor deze aflevering van Kleur Bekennen.

Langst geleverde kleuren

Zwart is gedurende de hele productieperiode beschikbaar. Dat is een kleur die vooral in de latere jaren helemaal niet zo geweldig verkoopt, behalve dan aan de Franse overheid. Blanc Carrare (AC144) is een goede tweede met acht jaar. Bleu d’Orient (AC616) is derde met vijf jaar. Bordeaux (AC421) eindigt tenslotte ex aequo met Bleu d’Orient. Let wel: dit zijn niet de meest verkochte kleuren, hoewel Bordeaux wel heel hoog scoort als het om verkoopaantallen gaat. De meest verkopende kleur komt nog in een latere aflevering van Kleur Bekennen aan de orde.

Bronnen

Jan de Lange, De Originele Citroën DS
Jan de Lange, De Snoek, Citroën ID/DS in Nederland
Yves Frélon, Le Nuancier DS