Beige Albatros (AC087)

Foto Rob Hoen

Kleur Bekennen

Tekst Rob Hoen

Een Albatros is een zwerver en een zwever. Deze zeevogel komt alleen aan land om zich voort te planten. Eenmaal op de grond, beweegt hij zich onbeholpen. De grootste soort heeft een spanwijdte van bijna drie-en-een-halve meter. Daarmee kan hij op een dag zo’n duizend kilometer afleggen, zonder ook maar één vleugelslag te maken. De vogel heeft een enkel doel: eten vinden om te overleven. Albatrossen beheersen de kunst van het zweven tot in de perfectie. Ze worden geholpen door een schouderslot. Dat is een pees die de vleugel vergrendelt wanneer die volledig uitgestrekt wordt. Hierdoor kunnen de vleugels gestrekt blijven tot op grote hoogte, zonder enige spierkracht te verbruiken. Het inspireert de lakfabrikant Le Franc begin jaren 70 om voor Citroën de kleur Beige Albatros te maken. Niet dat je met een zwevende Citroën DS zover komt als met een Albatros. Daar helpt geen kleur aan, zo weten ze bij Le Franc ook wel. Een DS is slechts aerodynamisch voor het oog. Hij is zelfs heel inefficiënt in het gebruik van energie. In alles het tegendeel van een Albatros, behalve als het gaat om schoonheid.

Dit is de negende aflevering in de reeks Kleur Bekennen. Die gaat over de kleur Beige Albatros (AC087LE). Geleverd op de Citroën ID en DS voor de modeljaren 1971 tot en met 1973. In dezelfde jaren wordt deze kleur ook geleverd voor de Citroën GS, 2CV en Dyane. De Ami8 wordt alleen in ’73 gehuld in Beige Albatros.

Kijk hier voor alle afleveringen uit deze reeks.

Imagoprobleem

De bovenkant van de vleugels van een Albatros verloopt van bruin naar beige, afhankelijk van het ras. De romp van deze zeevogel is altijd wit. Beige wordt vaak gezien als een laffe kleur. Beige is een beetje vlees noch vis, al zal de Albatros zeker voor vis kiezen. Ook de naam van de kleur bekt niet, ze ligt niet lekker in de mond. Het klinkt bijna als een mekkerend schaap: bei-èi-èi-èige… Het is een term die hedendaagse marketeers zal doen gruwen. Vandaar dat de naam beige vaak vervangen wordt door aanduidingen met meer allure.
Beige heeft dit imagoprobleem al jaren. Want beige is saai, niet uitbundig. Beige is bescheiden, betrouwbaar en belegen. Waar die negatieve connotatie vandaan komt is mij een raadsel, want als je de kleur in de historie plaatst, komt hij toch echt tot leven. Natuurlijk, het cliché wil dat over smaak niet valt te twisten. Maar de kleur past perfect in het tijdsbeeld van einde jaren 60, begin jaren 70. Misschien is Beige Albatros wel de meest trendy kleur gemaakt voor een DS of ID tijdens de gehele productieperiode van deze auto. Het lijkt tijd voor een rehabilitatie. Want beige is een belangrijke kleur. Omdat hij bij alles past, matcht met heel veel andere tinten. Beige wint aan kracht bij de gratie van andere, fellere kleuren. Beige is neutraal en rustgevend. Hij past bij rood, geel, bruin, paars, groen, blauw, zwart. Eigenlijk bij alles. Beige is aards, oogt natuurlijk. Terwijl de elite zich de afgelopen eeuwen in scharlakenrood, maagdelijk wit of stralend blauw kleedt, hult het proletariaat zich in bruin-beige lompen. Maar het is in de jaren 70 van de vorige eeuw zeker geen armeluiskleur.
Beiges zijn er in allerlei soorten. Neem maar eens een willekeurige kleurenwaaier bij de verfwinkel. Zóveel kleuren beige met een heel scala aan tinten zonder de naam te noemen: pastinaak, panna cotta, zandduin, tulle, Mont Blanc, et cetera. Er zijn opvallend veel beiges, de ene wat meer neigend naar wit; de andere meer naar geel of bruin. Ook de Citroën DS heeft vele beige tinten gekend, alle met klinkende namen. Naast Beige Albatros heb je Champagne (AC134), Blanc Paros (AC102), Gris Kandahar (AC133), Beige Agathe (AC091), Beige Thonelet (AC085), Ivoire Borély (AC084), Beige Vanneau (AC083).

Herkomst

Oorspronkelijk is beige een uit het Frans afkomstige naam voor een geweven stof van ongeverfde schapenwol. Rond 1850 wordt het ook de naam voor de kleur daarvan. Ecru is een andere, veelgehoorde benaming voor ongeveer dezelfde tinten. Ecru betekent letterlijk ‘puur’ of ‘ongebleekt’. En dat past wel bij die natuurlijke kleur van ongeverfde wol. Waren ecru en beige vroeger benamingen voor dezelfde kleur, tegenwoordig worden ze als twee aparte kleuren gezien, hoewel ze in de praktijk nauwelijks uit elkaar te houden zijn.
Klassieke schilders als Rembrandt en Rubens gebruikten al beige voor hun schilderijen, alleen heet het dan nog niet zo. Beige is als naam relatief jong, vermoedelijk halverwege de negentiende eeuw voor het eerst gebruikt. De schilders maken varianten van beige op basis van krijt. En krijt kent diverse gradaties in zuiverheid. Hoe zuiverder hoe witter.
In kwaliteit afnemend neigt het naar beige. Zie het maar als een soort beige avant la lettre. Krijt is kalksteen. Het is het resultaat van miljoenen jaren samengedrukt zeeslib met daarin eencellige zeediertjes uiteindelijk resulterend in een zachte kalksteen. Als je witte of beige getinte verfschilfers van een Rembrandt onder de microscoop zou leggen, zie je de eencellige zeediertjes.

Mode

Ook de kleur Beige Albatros volgt de mode. Die loopt als altijd zo’n twee à drie jaar achter op de trends in de kledingindustrie. Deze variant van beige roept bij mij herinneringen op aan de film The Thomas Crown Affair (1968) met in de hoofdrollen femme fatale Faye Dunaway als Vicky Anderson en Steve McQueen als Thomas Crown. Het is een mengsel tussen een misdaadfilm en een romantische thriller. In de film draagt Dunaway steeds beige kleding, slechts één keer verschijnt ze in zwart gekleed op het scherm. Het gaat dus niet om beige accenten. Nee, ze is echt helemaal beige. Kijk hier naar Fay Dunaway in beige in The Thomas Crown Affair, dan wordt Beige Albatros vanzelf steeds mooier.
Einde jaren 60 tot halverwege de jaren 70 is beige absoluut dominerend in het modebeeld. Geen wonder dat Citroën voor het modeljaar 1971 deze kleur op de markt brengt. Het wordt de best verkopende kleur ooit voor de Citroën ID en DS. Beige Albatros is een regelrecht schot in de roos: in 1972 is 22 procent van alle verkochte D-modellen in deze kleur. In die periode wordt alles beige: keukens, badkamers, meubels, kleding en… auto’s. Overigens is beige anno 2021 nog steeds een populaire interieurkleur.

Straatbeeld

Beige Albatros is héél veel wit, met een scheutje zwart. Niet te veel, want anders wordt het grijs. Vervolgens wordt er een beetje meer oker dan zwart toegevoegd. De finishing touch is een mespuntje rood. Het resultaat is Beige Albatros. Als jonge man herinner ik mij in de jaren 70 en 80 de vele varianten in beige in het straatbeeld. Hoe zuidelijker je komt in Frankrijk, hoe meer beige auto’s je ziet. Op al die dorpspleintjes in de Provence, de Cantal, de Puy-de-Dôme, de Gers, Lot-et-Garonne, enzovoorts… overal staan beige auto’s onder de platanen geparkeerd.
Het zijn Renaults 4, 5, 8 en 12, Simca’s 1100, Peugeots 504, 404, 304 en 204 en Citroëns 2CV, Ami8 en ID/DS. Ze zijn echt bijna allemaal beige en dan bedoel ik niet alleen Beige Albatros van Citroën. Het is een alom overheersende tint. Misschien wat mat geworden van de zon en gedeukt door het gebruik. Niemand die erom maalt, want een auto is om te gebruiken en in die jaren uitgegroeid tot een wegwerpartikel. Al kun je zeggen dat de roestgevoelige auto’s uit die tijd in Frankrijk een langere levensduur hebben dan in Nederland, want tot ver in de jaren 80 zie je die beige auto’s in het zuiden van Frankrijk.

Beige straatbeeld in Barbotan-les-Thermes

Reflectie

Beige weerkaatst de zon heel behoorlijk, hoewel wit dat natuurlijk nog veel beter doet. Maar het maakt de auto minder warm dan een donker gekleurde DS. Een beige auto heeft veel voordelen boven een donkere. Ze wordt minder snel vies, kleine krassen en deukjes vallen minder op. En is de lak eenmaal verweerd, dan is die met moderne onderhoudsproducten veel beter op te halen dan bij bijvoorbeeld rood. Dan wrijf je je een ongeluk met poetskatoen.
Beige Albatros heeft nauwelijks last van kleurreflectie, ofwel de invloed van andere kleuren uit de omgeving op de kleur zelf. Daarom is het ook een ideale combinatiekleur: de tint houdt stand naast alle andere kleuren. Een Beige Albatros blijft beige, ook al staat er een knalrode Ferrari naast. Kleuren als bijvoorbeeld Blanc Cararre (AC144) en Gris Sable (AC104) zijn juist heel gevoelig voor kleurreflectie. Zet een Gris Sable DS in een groen weiland en hij verandert van een gelige naar een groenige tint. Zet de auto onder een helder blauwe lucht en hij wordt helderder geel. Parkeer een Blanc Carrare in de volle zon, en de auto lijkt spierwit, terwijl hij in de schaduw tussen gebouwen groenig wordt. Naast een fel oranje of rode auto verkleurt Blanc Carrare tot een heel ander wit.

Kleurenmakers

Bij het verschijnen van de Citroën DS in 1955 bepalen de designers van Citroën nog zelf de kleuren. Dat is normaal in die tijd. De eerste kleuren voor de vroege modellen zijn bedacht door André Collin in dienst bij Citroën. Tegenwoordig zijn de lakfabrikanten er verantwoordelijk voor. In een vroeg stadium worden kleurenmengers betrokken bij de ontwikkeling van een kleur voor een nieuw model. Bij ieder auto hoort een uitstraling. Stoer voor een SUV, sprankelend bij een elektrische auto, dynamisch bij een sportief type.
Keek André Collin in 1955 nog naar de kledingtrends om zich heen, nu is de samenhang met de mode losgelaten. Ze worden in het laboratorium bedacht. Een aantal zaken vallen dan op. Het wagenpark is overwegend zwart, blauw, wit en diverse tinten grijs. Af en toe zie je een bruine variant. Kijk maar naar ieder willekeurige parkeerplaats bij een supermarkt. Alles is donker en grijs. Hetzelfde geldt voor de interieurs. Passend bij imago’s, bij datgene wat wij als eigenaar van een moderne auto willen uitstralen. Soms willen de eigenaren van een klassieke DS de tijd omkeren. Er rijden in Nederland relatief meer DS’en in de kleur Gris Palladium (AC108b) dan er ooit gemaakt zijn. Het zou zomaar kunnen dat een aantal van die auto’s eerst beige zijn geweest.
Die laboratoriumkleuren zijn veelal koud of koel, geïnspireerd door bijvoorbeeld het digitale tijdperk. Blauw is niet langer blauw, maar ijzig koud, metalig blauw. Zwart, grijs, wit en blauw zijn de overheersende kleuren, met eindeloze variaties daarop. Kiest men voor een wat frivolere kleur, dan wordt ook die koel en zakelijk gemaakt. Felle kleuren zijn overigens woorden ook minder gebruikelijk vanwege de veel strengere milieuvoorschriften. Zo zit er in felgele kleuren in de jaren 70 veel cadmium. Dat is nu verboden.

Het model

De auto die model staat voor deze aflevering van Kleur Bekennen is een Citroën DS21 van maart 1971. De eigenaar is de scribent van dit verhaal. Het is geen Pallas, maar is natuurlijk wel voorzien van de halfautomaat die bij een DS hoort. In zekere zin is het de puurste Citroën DS. Want de eerste DS’en zijn ook niet met kralen behangen als bij de DS Pallas. Dit modeljaar heeft nog de opliggende deurklinken en het fraaie, met zwarte tape omwikkelde stuurwiel in combinatie met de zwarte arm daarin.
Dermatoloog Pierre Yves Castelain koopt de auto nieuw bij Citroën Garage des Arènes in Marseille. Veertien jaar later vertrekt de volledige roestvrije DS vanaf de Avenue de Montredon in Marseille naar Nederland en heeft dan 150.000 kilometer op de teller staan. Het is geen museumstuk; hij is gewoon dagelijks gebruikt. Vanaf de aankoop van de eerste eigenaar tot en met de huidige kilometerstand van 280.000 is alle onderhoud minutieus gedocumenteerd. De eerste eigenaar noteert bij iedere tankbeurt de kilometerstand en rekent het gemiddelde benzineverbruik uit. Dat is vast ingegeven door de oliecrisis van 1973. Want een DS21 is geen zuinige auto. Daarnaast noteert hij de locatie waar hij tankt en hoe duur de benzine daar is. Daardoor weten wij dat deze auto tot aan de verkoop en export naar Nederland heel West-Europa doorkruist heeft: van Schotland tot Oostenrijk, van Noorwegen tot het zuidelijkste puntje van Spanje.

De foto’s van deze auto bij dit artikel zijn gemaakt in Mers-les-Bains, Cayeux-sur-Mer en Calais aan de Franse Kanaalkust.

Bekledingcombinaties

Jersey Velours
* Rouge
* Or (Oker)
* Targa, bruin skaï (kunstleer) uitsluitend voor ID

Leer (alleen Pallas)
* Tabac

Dakcombinaties (alleen bij DS)

Bicolor of duotone-auto’s worden in de jaren 70 uitsluitend op bestelling geleverd. DS’en worden in de loop der jaren nog maar in één enkele kleur geleverd. Eerder waren er standaard kleurencombinaties mogelijk, maar gaandeweg vervallen die uit de bestellijst. Bicolor DS’en komen dus in de jaren 70 niet voor in de officiële documentatie. Voor zover bekend is Beige Albatros geleverd met Noir- (AC200) en Bordeaux-kleurige daken (AC421). In de jaren 70 rijden er in Parijs een aantal taxi’s met een Beige Albatros carrosserie en een Bordeaux-dak, zoals het model in deze aflevering van Kleur Bekennen.

Deel dit artikel
  •  
  • 545
  •  
  •  
    545
    Shares
Loading…
Loading…

Bienvenue