Kijk- en leestijd ca. 15 minuten
Voor meer afleveringen van Carte Postale, ga naar FotoSouvenirs.

Tekst © Rob Hoen

Dit is een tafereel bij het dorpje Saint-Christophe, toen het nog Saint-Christophe-la-Montagne heette. Om onduidelijke redenen is het ‘la-Montagne’ er ooit afgehaald. Is dat om de verwarring nog groter te maken? Frankrijk kent nu acht plaatsen met deze naam. Bovendien ligt Saint-Christophe nog steeds op dezelfde berg. Dus wat maakt het uit, zou je zeggen. Maar als een dorp op een berg ligt, krijgt het voor mij al gauw iets mythisch of fabelachtigs. Al helemaal als er grootse zomerfeesten plaatsvinden. Op de foto van de ansichtkaart worden auto’s gezegend. Iedereen is voor de gelegenheid op z’n paasbest gekleed. Een goede vijftig jaar later ga ik op zoek naar de plek van de zegening.

Saint-Christophe ligt in het Département du Rhône. In het hart van de regio Auvergne-Rhône-Alpes, ten noordoosten van Vichy. Over het dorp valt weinig te vertellen. Het ligt schitterend op de heuvels van de Beaujolais-Vert. Het telt nog geen driehonderd inwoners en heeft economisch weinig te betekenen. Behalve dat je er mooie wandelingen kunt maken, wordt hier het jaarlijkse fêtes des voyageurs gevierd. Dat is in het laatste weekeinde van juli.
Het dorp is vernoemd naar de heilige St. Christoffel. Zijn naamdag is op 24 juli. Hij is een veerman zonder boot, draagt reizigers letterlijk over de rivier. Als Jezus bij hem de rivier oversteekt en de oersterke Christoffel bijna bezwijkt onder zijn gewicht, bekeert hij zich tot het Christendom. Pas in de Middeleeuwen ontstaat het bijgeloof dat hij ervoor zorgt dat bezoekers die de kerk verlaten niets rampzaligs zal overkomen. Vandaar dat zijn beeltenis vaak bij de uitgang van een kerk staat.
Hij is een van de veertien rooms-katholieke helpers die in noodsituaties kan worden aangeroepen. Hij beschermt tegen de onverwachte dood, zonder dat je de laatste sacramenten ontvangen hebt. St. Christoffel is de patroonheilige van alle reizigers, timmerlieden, fruithandelaren, tuinmannen, de pest, droogte, onweer, hagel, tandpijn en nog veel meer. Hij is ook de patroonheilige van de stad Roermond. Want daar staat de enige St. Christoffel-kathedraal ter wereld.
Nu wil het toeval dat mijn moeder geboren is op 24 juli. Na het overlijden van mijn vader in 1967 besluit ze auto te gaan rijden. Dat doet ze in een DAF 44. Ze is een gevaar op de weg. Nooit verleent ze voorrang, ze geeft gewoon altijd gas, kruispunt of niet. Als door een wonder zijn er nooit ongelukken gebeurd. Ik heb op de achterbank hachelijke momenten beleefd, maar er nooit iets aan overgehouden. Behalve dan dat ik daar de vrees voor mijn leven heb leren kennen. Tot het moment dat de familie vindt dat het beter voor haar is de auto voortaan te laten staan. Iets wat ze overigens zonder enige vorm van verzet doet, hoewel ze het rijbewijs tot op zeer hoge leeftijd verlengt. Ik verdenk St. Christoffel ervan dat hij haar belet heeft vroegtijdig te sterven.
Nu ben ik zelf niet gelovig. Ook niet bijgelovig. Ik heb geen St. Christoffel-afbeelding met een magneetje op het dashboard van mijn auto zitten. Evenmin portretjes van mijn dierbaren in een zilveren lijstje met Denk aan mij er onder geschreven. Hoewel ik wel eens zo’n St. Christoffel in de kofferbak van een occasion gevonden heb. En ik heb menig hardvochtig atheïst een kaarsje zien opsteken in een monumentale kerk onder het mom dat het om een historische plek gaat. Ik moet bekennen dat ik dat ook wel eens gedaan heb. Al vroeg in de twintigste eeuw ontdekt de kerk een groter gevoel van onveiligheid bij verkeersdeelnemers met de toename van het gemotoriseerde verkeer. Zo groeit de autozegening uit tot een onderdeel van de liturgie van de katholieke kerk. Niet alleen in Frankrijk. Ook in België en Nederland worden nog steeds jaarlijks vele zegeningen gehouden. Niet alleen voor auto’s: voor alles wat wielen heeft. Van fietsen, brommers, kinderwagens tot en met rolstoelen en rollators. En het levert nog geld op ook. Want de eigenaar van ieder gezegend voertuig doet een donatie aan de pastoor. Alle echelons van de katholieke kerk doen er aan mee. Van de dorpspastoor tot en met de paus. In 1960 bijvoorbeeld zegent paus Johannes XXIII in Vaticaanstad een zwarte Citroën DS19 van de Italiaanse importeur.
Zo ook in Saint-Christophe-la-Montagne: in 1936 organiseert Abbé Deschamps voor het eerst een autozegening. Hoewel er in dit gebied in die jaren nog niet zoveel gemotoriseerd verkeer is. Maar Deschamps heeft een feilloos gevoel voor onderbuikgevoelens. In de loop der jaren groeit het uit tot een groots zomerfeest, compleet met vuurwerk, een grote Jeux de Boules-competitie afgesloten met een grootse buitenmaaltijd aan lange tafels met natuurlijk vele glazen Beaujolais. Vooral in de jaren vijftig en zestig -wanneer iedere Fransman als gevolg van de groeiende economische welvaart zich minstens een Deux Cheveaux kan permitteren- trekt de zegening heel veel bezoekers uit de regio. De koorknaap volgt de pastoor met het bekende duitenzakje. Daarmee wordt in die jaren de 11e-eeuwse Romaanse kerk van het dorp gerestaureerd. Nog steeds wordt er ieder jaar het feest van de reizigers gevierd in Saint-Christophe.

Al meer dan twintig jaar rijd ik schadevrij. Zonder noemenswaardig onheil, deuken en krassen. Dat is niet iets waar ik bijzonder trots op ben. Maar met het vorderen der jaren word je toch wat onzekerder. Of is het bijgeloviger? Een paar zomers geleden ben ik in de buurt van Saint-Christophe-la-Montagne. In een opwelling besluit ik op een doordeweekse dag er naar toe te gaan. Ik wil de plek zien waar destijds honderden auto’s en mensen zich verzamelden voor het zomerfeest. En misschien wil mijnheer pastoor bij wijze van uitzondering tóch mijn auto zegenen. Ik begeef mij op weg vanuit Vichy. Saint-Christophe is maar 25 kilometer rijden over de prachtige D508 en aansluitend de nog mooiere D208.
De Fransen omschrijven Saint-Cristophe als een promontaire. Eigenlijk is dat een onvertaalbaar woord voor ons vlakkelanders. Letterlijk betekent het een voorgebergte: voordat de echte bergen beginnen. Maar zo gebruikt de Franse taal het niet. Het is een rots, een eiland voordat de kust begint. Alsof er een veilige haven nabij is. Zoiets als een schipbreukeling op een reddingsvlot die de eerste landvogel ziet zonder dat hij de kustlijn kan zien. Nu begrijp ik begrijp opeens waar Abbé Deschamps het idee van de fêtes des voyageurs vandaan heeft. Saint-Christophe-la-Montagne is de enige veilige haven.

Het is een mooi dorp met smalle straatjes. Ingeslapen dat wel; er is geen mens op straat. Uitgestorven als een Nederlands dorp in de Bijbelgordel op zondag. Het is niet moeilijk om de kerk te vinden en de weide waar de auto’s gezegend worden. Als je niet weet wat hier ooit gebeurd is, dan is het gewoon een mooie weide. Er is nog steeds een opening in de heg waar de auto’s de wei op kunnen rijden. Ik hoor het geluid van feestende mensen in flarden van mijn fantasie. Het is als een vervlogen droom. En de bijna ontnuchterende werkelijkheid van de stilte. Ik loop naar de kerk. De deuren zijn dicht. Ik kan er zelfs geen kaarsje opsteken. De pastoor is er niet. Ik kan over de begraafplaats uitkijken over de heuvels van de Beaujolais-Vert en ervaar een enorm gevoel van ruimte en rust. Landschappen zijn bestendiger dan een gebouw.
Dan begint het te regenen. Regen in plaats van wijwater valt op mijn auto. Ik vervolg mijn weg naar mijn oorspronkelijke bestemming. Ik start de auto en zet de ruitenwissers aan. En het hemelwater wast mij en mijn auto schoon. Amen.