Tekst Gies Aalberts
Foto’s Rob Hoen

‘Kijk schat, Citroënliefhebbers!’ klinkt het in het voorbijgaan. We zijn wat aan het manoeuvreren met de auto’s om die fatsoenlijk op de foto te krijgen. We doen dat voor Zonnestraal, een voormalig sanatorium in Hilversum dat als kandidaat op de werelderfgoedlijst van de unesco staat. Het complex doet nog steeds dienst als zorgcentrum. Waarom ziet meneer in één oogopslag dat hier twee Citroëns staan?
Dat meneer een DS herkent is niet zo opvallend, je ziet er dagelijks nog wel een in het verkeer. De herkenbaarheid, de typerende vorm, iedereen weet wel dat het een DS is. Of een Snoek. Maar niet iedereen weet dat het een Citroën is. En dat heeft Citroën er ook – behoudens exemplaren die in Slough voor landen uit de Gemenebest zijn gebouwd – nooit op geschreven. Op de motorkap zit zelfs geen double chevron.

ZONNESTRAAL-760
Maar meneer uit zijn enthousiasme ook over de DS5! En hij deed dat toen hij die vanaf de zijkant zag. Blijkbaar is die auto toch ook als Citroën herkenbaar. Opvallend, toch? Toen Citroën besloot de DS van model naar merk te promoveren, was dat vooral een kwestie van marketing. Van retrodesign zoals Mini en Fiat tot in alle uithoeken en nissen toepassen is nooit sprake geweest. Het merk DS moest naamsbekendheid verwerven op basis van de furore van het model DS. Zo denken marketeers blijkbaar: de DS was avant-gardistisch, wij willen een merk introduceren waarbij avant-garde een belangrijke kwaliteit is – hop, we noemen het DS.
DS23-DUDOK-ZONNESTRAAL-1000Grappig, begin jaren ’50 mocht er vast geen marketeer naar binnengluren bij het Bureau d’Études, laat staan zich ergens mee bemoeien. Zou hij dat wel hebben gedaan, dan had ie vast wat gevonden van het ontbreken van een kont. In die jaren bestonden alle auto’s feitelijk uit drie ‘dozen’: motorkap en voorwielen, compartiment, kofferbak en achterwielen. De achterwielen van een DS zijn zelfs weggewerkt! Het moet voor een marketeer een hartverzakking hebben opgeleverd. Hoe vertel ik dat aan de directeur Verkoop, aan het dealernetwerk?
Het merk DS is wat dat betreft minder eigenzinnig, daar wordt goed om zich heen gekeken naar wat premiummerken Audi en Volvo doen.
Toch is er dus iets van het DNA van Citroën zichtbaar gebleven. Ik denk dat het die ontbrekende kont is. Ook de DS5 heeft geen kofferbak. Doordat de C-stijl is weggewerkt, lijkt het dak te zweven. Het heeft geen zin om met een vergrootglas naar gelijkenissen te gaan zitten zoeken, ze zijn er domweg niet. Niet in design, niet in techniek. Oké, de DS5 Hybrid is ook met halfautomaat leverbaar. Maar dat model heeft dan weer een knoerthard onderstel.ACHTERKANTEN-760
Non-conformisme is eigenlijk de enige gemeenschappelijke eigenschap, en dan is het logisch dat de auto’s niet veel op elkaar lijken. Waarom zou je ook anno 2016 een DS nabouwen? De DS5 is op dit moment een tamelijk onconventioneel model. Voor leaserijders is het een redelijk gewaagde keuze waarmee je bij collega’s vaak verbazing zult wekken. Het interieur is frivool, eigenzinnig, ergonomisch…, eh, ergonomisch is het geen wonder. Ook daarin is de DS5 een uitzondering, want andere premiummerken houden van kille logica en ergonomie die instinctief is.
DS5 & DS23, een fijn stel bij elkaar, zeker voor Citroënliefhebbers!