Tekst Rob Hoen
Foto’s Martin Christian & Citroën Communication

Begin jaren zestig staat West-Europa aan de vooravond van een sterke welvaartstijging. De werkgelegenheid groeit enorm: stijgende lonen, meer vrije tijd, in combinatie met modernisering en technische vooruitgang. Er heerst optimisme en de toekomst ziet er zowel economisch en maatschappelijk hoopvol uit. De sobere jaren vijftig van de wederopbouw lijken voorgoed voorbij en de vraag naar luxeproducten groeit explosief.

Daarom introduceert Citroën in oktober 1964 de DS19 Pallas, het nieuwe topmodel uit de serie, die later door evolueert tot de DS20, DS21 en DS23. De Pallas is mechanisch en motorisch gelijk aan de eerdere modellen van de DS, alleen de uitrusting verschilt. Je zou kunnen zeggen dat een DS Pallas eigenlijk een standaard DS is, waar van alles op- en aangeschroefd zit. Bij de Pallas-modellen draait alles om comfort en presentatie; ze rijdt precies hetzelfde als een gewone DS. Bij de introductie meldt Citroën dat er ruim veertig ‘verbeteringen en verfijningen’ zijn ten opzichte van de standaard DS19.

Gris Palladium

Het eerste jaar is de Pallas in een enkele kleur leverbaar: Gris Palladium ofwel AC108b. Dat de auto in die ene kleur geleverd wordt is nieuw: voor iedereen is het herkenbaar dat het om een Pallas gaat. De filosofie erachter is dat je mag laten zien waar je in rijdt. De Citroën DS is in beginsel al geen goedkope auto, ze is nog eens tien procent duurder dan een gewone DS… Het past helemaal in het tijdgeest van de nieuwe welvaart van de jaren zestig.
Later zal Citroën soortgelijke exclusiviteit nog eens toepassen bij de introductie van de eerste Citroëns CX2400GTi in 1977: alle kleuren zijn leverbaar op de GTi, maar een enkele kleur is exclusief voorbehouden aan dit model. Dat is de kleur Bleu Régate. Als je die kleur ziet op straat weet je zeker dat het om een Citroën CX GTi gaat.
Citroën laat al snel andere kleuren toe op de DS Pallas, maar Gris Palladium blijft voorbehouden aan alleen de Pallas. Overigens wordt het dak vaak in een iets lichtere kleur grijs-metallic gespoten: Gris Argent (AC141). De combinatie maakt de auto extra chique. Deze kleur is door de fabriek alleen voor daken gebruikt. Nooit op de carrosserie.
Over de naam van de kleur doen veel verhalen de ronde. Het heeft niets te maken met de Griekse en Romeinse mythologie of met het oude (grijs gekleurde) beeld van Pallas Athene dat Troje tijdens de belegering beschermd zou hebben. Dat beeld is later naar Rome gebracht en kreeg daar een plaats in de Tempel van Vesta.
Palladium is gewoon een zilverwit overgangsmetaal, een grijs, zilverkleurig metaal. Het is bijna niet te onderscheiden van platina, maar is wel de helft lichter in gewicht én goedkoper. Tegenwoordig wordt het veel verkocht als sieraad. Gris Palladium is een middel-grijze metallic kleur, die zich aanpast aan de lichtomstandigheden. Citroën maakt bij het kleurenpalet van de DS-serie vaker verwijzingen naar zaken die de kleurtint verbeelden: Beige Albatros, Gris Typhon, Brun Scarabée, enzovoorts. Daar hoef je verder niets achter te zoeken, behalve dat het prachtige namen zijn.

Pallas

De toevoeging Pallas heeft wél zijn oorsprong in de Griekse mythologie. Dat heeft de naam DS (Déèsse) ook al. Het betekent letterlijk godin. Pallas kan van alles betekenen: het is een plaats in Ierland, het is een planetoïde in ons zonnestelsel, het kan een type sabel zijn. Het woord Pallas wordt vaak als adjectief gebruikt voor de Griekse godin Athena: Pallas Athéna Zij is de godin van de hemel, van de reine, zuivere lucht. In de Griekse mythologie is zij even rein als die lucht. Daarom blijft haar maagdelijkheid steeds ongerept. Zij is vooral bekend als de godin van de wijsheid en de kunst. Het woord ‘Pallas’ betekent hier ‘zij die de lans zwaait’.
De toevoeging van de naam ‘Pallas’ is linguïstisch een beetje krom. Omdat ‘Pallas’ nergens als een op zichzelf staand zelfstandig naamwoord voorkomt, ga ik er vanuit dat Citroën destijds de naam ‘DS Pallas’ wel lekker vond lopen, meer niet. En dat we er daarom verder niets achter moeten zoeken. Behalve dan dat het woord Déèsse en Pallas de Griekse mythologie ademt en dat is juist wat Citroën beoogde.
De toevoeging ‘Pallas’ is door Citroën tot in de jaren tachtig nog gebruikt als aanduiding van alle luxere Citroën-modellen uit het aanbod. In de laatste jaren van het Pallas-tijdperk brengt Citroën nog een model van de CX uit met de naam Athéna, zonder de toevoeging Pallas. Het is een uitgeklede CX Pallas of een opgewaardeerde CX Reflex. Het is maar hoe je het bekijkt. In de jaren negentig is er nog een XM Pallas op de markt verschenen, die maar kort geproduceerd is. Deze auto heeft een afwijkende bekleding en uitrusting ten opzichte van de ‘standaard’ uitvoeringen van de Citroën XM.

41 ‘verbeteringen en verfijningen’

Naast alle glimmende strippen, extra verstralers, andere wieldoppen, verchroomde kofferklepscharnieren en nog veel meer, heeft Citroën ook het interieur van de DS aangepakt. Allemaal te veel om op te noemen. Van een ander verwarmingspaneel, andere deurpanelen, de bekleding van de dorpels, verchroomde knopjes, tot en met luxere binnenverlichting. Jan de Lange noteert een complete opsomming in zijn boek ‘De Originele Citroën DS’.
De afgelopen jaren zijn veel DS’en, zelfs ID’s, omgebouwd tot een Pallas. Versleten interieurs worden weggegooid en vervangen door de luxere Pallas-zetels. Heel vaak worden deze ombouwacties maar voor de helft of nog minder uitgevoerd. Ik heb in ieder geval nooit een complete ‘verpallassing’ gezien. Mensen vergeten vaak dat er een compleet andere hemel en binnenverlichting in moet; de trekogen van de motorkapontgrendeling is het meest vergeten onderdeel van de niet-originele Pallas. Het aantal nog in Nederland rond rijdende Pallassen is dan ook geen afspiegeling van de verkoopcijfers van destijds. Het aandeel verkochte Citroëns DS Pallas ten opzichte van de totale productie schommelt rond de dertig procent van de verkopen. Overigens is een DS Pallas niet herkenbaar aan het chassisnummer.
Al die buitenissigheden hebben natuurlijk ook een keerzijde. Om alle (RVS-) strippen en stripjes aan de carrosserie van een DS Pallas te bevestigen worden er talloze gaten en gaatjes geboord in de carrosserie. De Citroën DS die toch al roestgevoelig is, gaat er mogelijk nóg harder van roesten. Dat geldt ook voor het beruchte Pallas-schuim aan de binnenkant van de kofferklep van een Pallas, die na een aantal jaren gebruik, permanent hele emmers water vasthoudt. En is het vocht langs een andere weg eenmaal in de cabine doorgedrongen, dan zorgt het vijf centimeter dikke schuim onder de matten ervoor dat alles gegarandeerd nat blijft.
Maar hoe dan ook, de DS Pallas blijft het topmodel van de DS-serie en kent een grote schare liefhebbers. La Pallas, du luxe et du bon goût, zeggen de Fransen.

DS-PALLAS-DEELTJES-760-BREED

Foto’s Martin Christian