Expo klassieke Breaks

Onderstaand artikel is overgenomen van Autoweek.

De cultuursector wordt hard getroffen door alle beperkingen van de lockdown, maar in tegenstelling tot in Nederland blijven alle musea wel geopend bij onze zuiderburen. In het Autoworld-museum in Brussel loopt tot eind mei een prachtige thema tentoonstelling rond de ontstaansgeschiedenis van klassieke breaks en stationwagons, een modelvariant die in de jaren 50 en 60 aan een steile opmars begon. De expositie loopt van 2 april tot en met 30 mei.

Autoworld richt de aandacht op dit extra ruime type van auto’s die kwamen overgewaaid uit de Verenigde Staten in de jaren 50 en 60 en die in de decennia daarna een vaste plaats veroverden op de automobielmarkt. Breaks zijn ouder dan de auto, er bestonden immers reeds paardenkarren die de naam break droegen. In Amerika noemt men ze stationwagons, omdat ze oorspronkelijk werden gebruikt om reizigers met hun bagage te vervoeren, niet zelden van of naar het station. Ze waren gebaseerd op gewone auto’s, maar boden veel meer plaats dank zij een verlengde achterzijde. Voor de oorlog waren ze niet zelden gedeeltelijk uit hout, vandaar de naam “Woody”. Na de oorlog werden ze, mede door de babyboom, populair als familievoertuig, eerst in de VS en niet veel later ook in Europa. Medio jaren 60 wordt duidelijk dat het concept niet langer te bestempelen is als een modegril. Wereldwijd begint de auto-industrie zich te focussen op het nieuwe concept. Zodra een nieuw model wordt geïntroduceerd volgt in veel gevallen binnen enkele weken ‘een auto voor dubbel gebruik’ die is afgeleid van het klassieke ontwerp. Een aantal merken gaat nog een stapje verder en maakt van hun basismodel meteen een combi. De Renault R4 en R16 zijn voor de hand liggende voorbeelden, maar ook de Autobianchi Primula hoort in dat rijtje thuis. De invloedssfeer van de Break is ook bij fabrikanten van sportauto’s niet langer weg te cijferen. Een van de meest kenmerkende voorbeelden is de Aston Martin “Shooting Brake” op basis van een DB5.

Tot 30 mei toont Autoworld een vijftiental auto’s, een selectie van een aantal opvallende modellen voornamelijk uit de jaren 50 en 60. De stationwagons komen uit de VS, dus zitten er in de selectie enkele Amerikanen, waaronder als oudste een schitterende Packard Deluxe One Twenty Woody van 1941. De Chevrolet Nomad combineerde dan weer het sportieve met het praktische, maar dat geldt evenzeer voor de Jaguar Eventer met bouwjaar 1988, de jongste in de tijdelijke thema tentoonstelling. En wat te denken van de spectaculaire Chrysler 300 New Yorker Town & Country Wagon, de Amerikaanse droom op zijn best of een unieke Packard Model 22 Deluxe One die tot break werd omgebouwd. Bij de Europese modellen is er een prachtige Ford Taunus P2 Baroc van 1958, meer dan waarschijnlijk de enige in België. Voorts zijn er enkele klassiekers, zoals een Citroën ID/DS Familiale of een Volvo PV445 Duett. Breaks werden gewoonlijk tot op de draad versleten, en zijn daardoor eerder zeldzaam. De exemplaren die in Autoworld worden getoond zijn dat zeker. Een mooi voorbeeld hiervan is een Belgisch product: een in Mechelen ontwikkelde en gebouwde Mercedes 230S Universal.

Kijk hier voor tickets en praktische informatie.

Deel dit artikel
  •  
  • 78
  •  
  •  
    78
    Shares
Loading…
Loading…

Bienvenue